Een gereglementeerd beroep 

Elk beroep wordt gekenmerkt door de kennis, de competenties, het gedrag en de deontologie van de beoefenaars ervan. Geen enkele reglementering kan echt doeltreffend zijn als ze niet gepaard gaat met een deontologisch gedrag. Deze algemene vaststelling geldt a fortiori voor raadgevende beroepen. Iedereen is het erover eens dat het in alle levensstadia van de onderneming van primair belang is in alle vertrouwen te kunnen rekenen op een bekwame raadgever die zich in zijn dienstverlening laat leiden door een strikt toegepaste deontologie.

De reglementering van het beroep en van het dragen van de titel "accountant" respectievelijk "belastingconsulent" door de Wetten van 21 februari 1985 en 22 april 1999 voorziet ten volle in deze drievoudige doelstelling, meer bepaald door de volgende domeinen te dekken:

  • de toelatingsvoorwaarden tot het beroep en de voorwaarden van het recht op beroepsuitoefening, daarin begrepen de inzake opleiding gestelde eisen;
  • toezicht op het gedrag van de accountants en de belastingconsulenten;
  • normen, daarin begrepen de deontologische regels die de beoefenaars in acht moeten nemen;
  • disciplinaire systemen en procedures die gelden voor hen die deze voorschriften niet naleven.

In dit kader is het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten opgericht. Deze publiekrechtelijke beroepsorganisatie heeft de plicht terzelfdertijd te waken over:

  • de permanente organisatie van een korps van specialisten die de functies van de accountant en de belastingconsulent kunnen vervullen;
  • de opleiding van de accountants en de belastingconsulenten. Uit deze doelstelling spruiten de strikte toelatingsvoorwaarden voort: zo moet onder meer een stage van drie jaar worden doorlopen, waarbij de stagiair minstens 1 000 uur per jaar aan zijn stage moet wijden; daarnaast zijn accountants en belastingconsulenten verplicht om jaarlijks een minimum van 20 uur aan hun beroepsvorming te besteden. Het minste dat men kan zeggen is wel dat het behoud van de kwalificatie van accountant respectievelijk belastingconsulent een aanzienlijke inspanning vergt op het vlak van opleiding en toewijding;
  • de goede uitvoering van de opdrachten door het verzekeren van:
    • de bekwaamheid,
    • de onafhankelijkheid, en
    • de beroepsintegriteit
    • van de leden die hun beroep moeten uitoefenen in overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen, met de normen en aanbevelingen van het Instituut, met de beginselen "waardigheid", "rechtschapenheid" en "kiesheid" die aan het beroep ten grondslag liggen. De naleving van de deontologische regels wordt gewaarborgd door de toezichtsactiviteiten van het IAB en, indien nodig, repressief door onafhankelijke tuchtrechtelijke instanties onder het voorzitterschap van een magistraat. Verslagen die zijn opgesteld door externe accountants in het kader van controleopdrachten (ontbinding en vereffening, omzetting, fusie en splitsing) moeten zo aan het Instituut worden gestuurd en op kwaliteit en juistheid worden nagekeken door onze Commissie van begeleiding en toezicht, zodat het Instituut zijn opdracht als toezichthoudende overheid op dit niveau volledig vervult. Globaler bekeken onderzoekt het Instituut momenteel de modaliteiten voor het instellen van een kwaliteitscontrole.
  • de bescherming van de titels "accountant" en "belastingconsulent". Naast de leden van het Instituut mag niemand de titel of een term die met deze titels verwarring kan veroorzaken, dragen of gebruiken. Elke schending van deze bepaling kan correctioneel worden bestraft. De enige uitzondering hierop geldt voor onderwijsinstellingen en beroepsgroeperingen.

Deze waarborgen inzake opleiding, competenties en toezicht op de activiteiten vormen de sleutelelementen van het kwaliteitslabel dat aan het beroep van accountant en belastingconsulent is toegekend!