Accountants- en/of belastingconsulentenkantoor dat deel uitmaakt van een interprofessionele samenwerking 

Accountants en/of belastingconsulenten kunnen deel uitmaken van een interprofessionele samenwerking met andere beroepsgroepen.

De doelstelling van een dergelijk netwerk is vaak om de klanten een multidisciplinair gamma aan diensten aan te bieden. Het gaat daarbij niet alleen om diensten van accountants of belastingconsulenten, maar ook om diensten op het gebied van consultancy, IT, human resources, financiën, juridisch advies, sociale wetgeving, krediet- of verzekeringsbemiddeling ...

De Raad heeft in zijn beslissing van 4 april 2017 [1] verduidelijkt wat de wettelijke en deontologische implicaties zijn als accountants en/of belastingconsulenten deel uitmaken van een dergelijk netwerk. 

Informatie- en transparantieverplichting

Het netwerk heeft vaak zijn eigen commerciële strategie [2]. Soms stelt het netwerk zich zelfs voor als een en dezelfde onderneming.

Als accountants en/of belastingconsulenten deel uitmaken van een netwerk, moeten ze dit combineren met de naleving van hun wettelijke informatie- en transparantieverplichtingen die voortvloeien uit het feit dat ze een gereglementeerd beroep uitoefenen.

Die verplichtingen schrijven voor dat accountants en belastingconsulenten op eigen initiatief hun hoedanigheid en het feit dat ze afhangen van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten meedelen (artikel III.74. 8° van het Wetboek van economisch recht).

Die gegevens worden [3] (artikel III.75 van het Wetboek van economisch recht):

       verstrekt aan de afnemer; of

      voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk gemaakt op de plaats van het kantoor of de plaats waar de overeenkomst wordt gesloten; of

      voor de afnemer gemakkelijk toegankelijk gemaakt op een door het kantoor meegedeeld elektronisch adres; of

       opgenomen in elk door het kantoor verstrekt informatiedocument waarin zijn activiteiten in detail worden beschreven.

Beroepsgeheim

De accountant en/of de belastingconsulent moet het beroepsgeheim in acht nemen ten opzichte van de andere ondernemingen binnen het netwerk.

Dat betekent dat hij aan die ondernemingen de gegevens niet meedeelt die hem expliciet of impliciet werden toevertrouwd door zijn cliënten en evenmin de vertrouwelijke feiten die hij zelf in de uitoefening van zijn beroep met betrekking tot die klanten heeft vastgesteld.

Ook vermijdt hij, met name via elektronische weg, dat de andere ondernemingen toegang verkrijgen tot de gegevens en feiten met betrekking tot zijn klanten.

Daarbij komt nog dat de vertrouwelijkheid van de gegevens van de klant enkel door de wet wordt voorgeschreven voor de behoeften van de opdrachten van accountants en/of belastingconsulenten. De Raad is dus van mening dat een accountants- en/of belastingconsulentenkantoor niet mag aanvaarden dat een persoon die lid is van zijn team ook lid is van het team van een andere onderneming van het netwerk. In het omgekeerde geval zou men niet kunnen verhinderen dat die persoon de klantengegevens benut voor de behoeften van de activiteit van de andere onderneming van het netwerk, wat een schending zou uitmaken van het beroepsgeheim.

De samenstelling van het team van het kantoor moet dus volledig afgescheiden zijn van de samenstelling van de teams van de andere ondernemingen van het netwerk, zodat niemand tegelijk deel kan uitmaken van het team van het kantoor en van het team van een andere onderneming van het netwerk.

Onafhankelijkheid

Als een accountant en/of belastingconsulent deel uitmaakt van een netwerk, mag hij zijn onafhankelijkheid niet opgeven.

Dat lidmaatschap van een netwerk heeft geen invloed op zijn beoordelingsvrijheid (artikel 9 van het reglement van plichtenleer). Ook moet hij altijd voorrang geven aan de belangen van de klant boven die van de andere ondernemingen van het netwerk (artikel 11 van het reglement van plichtenleer).

In de praktijk betekent dit dat de accountant en/of belastingconsulent niet aanvaardt om zich ertoe te verbinden de andere ondernemingen van het netwerk aan zijn klanten aan te bevelen. Hij moet de vrijheid behouden om te oordelen dat de behoeften van zijn klant beter worden vervuld door een leverancier die buiten het netwerk staat.

Ook mag de accountant en/of belastingconsulent geen commissieloon ontvangen van een andere onderneming van het netwerk (artikel 29 van het reglement van plichtenleer). Het innen van een dergelijk commissieloon zou hem immers in een situatie van belangenconflict brengen (artikel 11 van het reglement van plichtenleer).

Wat de controleopdrachten (assurance-opdrachten) betreft, moet de accountant de opdracht weigeren als hij daarbij rechtstreeks of onrechtstreeks de diensten zou moeten verifiëren die werden verricht door een ander onderneming van het netwerk (artikel 13, 3 van het reglement van plichtenleer).



[1] De beslissing ging over een netwerk dat een accountants- en belastingconsulentenkantoor, een sociaal secretariaat, een bankagent en een verzekeringsmakelaar omvatte.

[2] In de feiten die de aanleiding hebben gegeven tot de beslissing van de Raad van 4 april 2017 deelden de ondernemingen van het netwerk een kenmerkende benaming.

[3] De bewijslast van de mededeling berust bij de accountant en de belastingconsulent (artikel III.78. van het Wetboek van economisch recht).