Retentieverbod 

De accountant en de belastingconsulent is ertoe gehouden alle boeken en bescheiden die toebehoren aan zijn cliënt onverwijld uit handen te geven, wanneer deze erom verzoekt (art. 26 reglement deontologie).

Na zijn opdracht dient hij onverwijld en onafhankelijk van de betaling van zijn erelonen, alle documenten, eigendom van de cliënt, ter beschikking te stellen van de cliënt of van zijn opvolgende confrater (of lid van een ander Instituut) (artikel 23, alinea 2 reglement deontologie; 6de principe van de gedragslijnen inzake de beroepsrelaties tussen de leden van het IBR, het IAB en het BIBF).

Het retentieverbod sluit met name de uitoefening door de accountant of belastingconsulent uit van het retentierecht op de documenten die eigendom zijn van de cliënt, met het oog op betaling van de erelonen of een andere schuld door de cliënt.

Dit verbod vindt zijn rechtvaardiging enerzijds in de overdreven aard van de uitoefening van het retentierecht door een lid van het Instituut op documenten, eigendom van de cliënt. Deze retentie berokkent immers onevenredige schade aan de cliënt, aangezien hij verhinderd wordt in het correct bijhouden van zijn boekhouding en in de correcte naleving van zijn fiscale en boekhoudkundige verplichtingen.

Anderzijds moet de relatie tussen de cliënt en de accountant en/of belastingconsulent – in het belang van de correcte uitvoering van de opdracht door deze laatste – gebaseerd zijn op vertrouwen. De cliënt moet zijn boeken en documenten immers kunnen toevertrouwen aan een lid van het Instituut zonder dat hij achteraf moet vrezen voor een schade of een ongemak. 

Hoewel de dagboeken en rekeningen voortvloeien uit het werk van de accountant, acht de Raad van het Instituut dat deze dagboeken en rekeningen eigendom zijn van de cliënt, aangezien op deze laatste de wettelijke verplichting rust om een boekhouding te voeren (jaarverslag 2017, pagina 47).

In geval van een dossieroverdracht tussen confraters (of economische beroepsbeoefenaars-leden van een ander Instituut), stelt de beroepsbeoefenaar eveneens alle documenten waarvan de cliënt geen eigenaar is met het oog op wederzijdse hulp en hoffelijkheid, ter beschikking aan zijn opvolger (artikel 23, alinea 2 reglement deontologie; 6de principe van de gedragslijnen inzake de beroepsrelaties tussen de leden van het IBR, het IAB en het BIBF).

De voorganger zal dus op vraag van de opvolger alle datagegevens van het boekhoudprogramma, waarin de boekhouding van de cliënt vervat zit, overmaken aan de opvolger, voor zover de voorganger volledig betaald is [1].

Meer informatie vindt u in 

 


 [1] Advies van de Raad van 5 september 2011.