Retentieverbod 

De accountant en de belastingconsulent is ertoe gehouden alle boeken en bescheiden die toebehoren aan zijn cliënt onverwijld uit handen te geven, wanneer deze erom verzoekt (art. 26 reglement deontologie).

In geval van een dossieroverdracht tussen confraters (of economische beroepsbeoefenaars-leden van een ander Instituut), dient de voorganger onverwijld en onafhankelijk van de betaling van zijn erelonen, alle documenten, ongeacht het medium, eigendom van de cliënt, alsmede deze die kaderen in de wederzijdse hulp en hoffelijkheid ter beschikking te stellen van de cliënt of van zijn opvolgende confrater (of lid van het andere Instituut) (Art. 23, alinea 2 reglement deontologie; 6de principe van de gedragslijnen inzake de beroepsrelaties tussen de leden van het IBR, het IAB en het BIBF).

Het retentieverbod sluit met name de uitoefening door de accountant of belastingconsulent uit van het retentierecht op de documenten die eigendom zijn van de cliënt, met het oog op betaling van de erelonen of een andere schuld door de cliënt.

Dit verbod vindt zijn rechtvaardiging enerzijds in de overdreven aard van de uitoefening van het retentierecht door een lid van het Instituut op documenten, eigendom van de cliënt. Deze retentie berokkent immers onevenredige schade aan de cliënt, aangezien hij verhinderd wordt in het correct bijhouden van zijn boekhouding en in de correcte naleving van zijn fiscale en boekhoudkundige verplichtingen.

Anderzijds moet de relatie tussen de cliënt en de accountant en/of belastingconsulent – in het belang van de correcte uitvoering van de opdracht door deze laatste – gebaseerd zijn op vertrouwen. De cliënt moet zijn boeken en documenten immers kunnen toevertrouwen aan een lid van het Instituut zonder dat hij achteraf moet vrezen voor een schade of een ongemak.

Meer informatie vindt u in