Sinds de publicatie van de Wet van 11 januari 1993 (AWW), is het efficiënt informeren van onze leden een belangrijke bekommernis van het Instituut. Externe accountants en externe belastingconsulenten zijn direct betrokken bij dit preventief antiwitwasdispositief: zij zijn onderworpen aan de bepalingen van de Wet van 11 januari 1993, die hen verplichtingen oplegt om de verrichtingen na te komen om witwasoperaties op te sporen. Het betreft voornamelijk een waakzaamheidsplicht ten opzichte van verrichtingen en cliënteel en een meldingsplicht aan de CFI.
Naast de organisatie van een studiedag in 2007, werden ook regelmatig inhoudelijke artikelen en occasionele commentaren gepubliceerd in ons tijdschrift en onze nieuwsbrief, waarin ook de publicaties van de CFI ruimschoots weerklank vonden. Vaak werd een stand van zaken opgesteld (bijvoorbeeld de publicatie van de laatste lijst van landen die strategische terkortkomingen vertonen) en werden onze standpunten met argumenten uiteengezet.
Tijdens de informatiesessies, die in de eerste helft van 2011 werden georganiseerd en waarop meer dan 3 000 leden en stagiairs aanwezig waren, was een relevant deel van de presentaties gewijd aan de antiwitwaswetgeving, waarbij ook werd verwezen naar een omvangrijke basisdocumentatie. De verschillende belangrijke nieuwigheden (versoepeling, versterking, precisering...) die werden ingevoegd door de Wet van 18 januari 2010, de KB’s van 6 mei 2010 en 3 maart 2011 werden uitgebreid besproken. Met uitzondering van enkele uitvoeringsmaatregelen, zijn de nieuwe bepalingen van de Wet van 11 januari 1993 in werking getreden op 5 februari 2010.
Naast een bestendiging van de verplichtingen voor externe accountants en externe belastingconsulenten, betreffen twee bepalingen van de Wet van 11 januari 1993 het Instituut in het bijzonder.
- Artikel 38 voorziet in de opstelling van een reglement voor de toepassingsmodaliteiten van de verplichtingen voorzien in het nieuwe hoofdstuk II van de wet. Het betreft met name de waakzaamheidsplicht:
- Identificatie en verificatie ten aanzien van cliënten, hun lasthebbers en de uiteindelijke begunstigden van de cliënten (art. 7 tot 13);
- Voortdurende waakzaamheid ten aanzien van de verrichtingen en de zakelijke relaties, van de cliënten en van de uiteindelijke begunstigden van de cliënten (art. 14 tot 15);
- Interne organisatie van de kantoren, met inbegrip van een cliëntenacceptatie- en opvolgingsbeleid in het kader van een risk-based approach (art. 16 tot 19).
- Artikel 39 vormt de wettelijke basis die het Instituut de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid verleent om na te gaan of de externe accountants en de externe belastingconsulenten interne mechanismen en procedures hebben ingesteld om aan hun verplichtingen te (kunnen) voldoen. Het betreft de uitvoering van efficiënte bepalingen om na te gaan of de verplichtingen worden nageleefd, die worden bedoeld in artikel 7 tot 20, 23 tot 30 en 33, evenals de verplichtingen die zijn voorzien in de koninklijke besluiten, reglementen of andere uitvoeringsmaatregelen voor dezelfde bepalingen van deze wet.