Contante betaling: algemene verstrenging!

11/05/2012 - IAB

In de antiwitwaswetgeving zijn er twee artikelen van de Wet van 11 januari 1993 (AWW) die de beperking van de contante betaling betreffen. Die bepalingen werden gewijzigd door de recente Programmawet van 29 maart 2012 (BS, 6 april 2012). Om de draagwijdte van de wijzigingen goed te kunnen bevatten, geven we eerst een bondig overzicht van die bepalingen.

Onroerende transacties: verkoop van een onroerend goed (artikel 20 van de Wet van 11 januari 1993 – oud artikel 10ter van de AWW)

De beperking van de contante betaling bij de verkoop van een onroerend goed is al sinds 1998 in de AWW opgenomen en gaat gepaard met een verplichting voor notarissen en vastgoedmakelaars om de CFI in kennis te stellen indien deze bepaling niet wordt nageleefd.

Wat is er gewijzigd? Volgens het nieuwe artikel 20 AWW, gewijzigd door de Programmawet van 29 maart 2012, en luidende als volgt:

De prijs van de verkoop van een onroerend goed mag enkel vereffend worden door middel van overschrijving of cheque, uitgezonderd voor een bedrag tot 10% van de prijs van de verkoop, en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 5.000 euro. De verkoopovereenkomst en -akte moeten het nummer van de financiële rekening vermelden waarlangs het bedrag werd of zal worden overdragen”.

Wanneer de in artikelen 2, § 1, 19°, en 3, 1° bedoelde personen vaststellen dat voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengen zij dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking.”

Vanaf 1 januari 2014 zal elke contante betaling verboden zijn, behalve de betaling van een voorschot, voor zover het niet meer bedraagt dan 10 % van de verkoopprijs en niet hoger is dan 5 000 EUR. De verlaging van het maximumbedrag (van 15 000 EUR tot 5 000 EUR), die ook geldt voor artikel 21 AWW, is trouwens al vanaf 16 april 2012 van toepassing.

De verplichting tot kennisgeving aan de CFI blijft daarentegen gelden voor “de vastgoedmakelaars bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, die de in artikel 3 van hetzelfde besluit bedoelde activiteiten uitoefenen en de landmeters-experten bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten wanneer zij de gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen met toepassing van artikel 3 van het voormelde koninklijk besluit van 6 september 1993” – art.2, 19° AWW – en de notarissen (art.3, 1°, AWW).

Verkoop van goederen door een handelaar en dienstprestaties (nieuw art.21 WWW, oud art.10bis)

U wist ook al dat het, overeenkomstig het oud artikel 10bis,niet meer toegestaan was om de verkoopprijs van één of meerdere goederen, voor een bedrag van 15 000 EUR of meer, aan een handelaar in contanten te vereffenen. De formulering van deze bepaling werd onlangs nog gewijzigd door de Wet van 18 januari 2010. Met die wijziging wou men vermijden dat de verkoopprijs van meerdere goederen, met een waarde van minder dan 15 000 EUR per stuk maar een totale waarde van meer dan 15 000 EUR, nog in contanten werd vereffend. De bepaling geldt, ongeacht of de transactie plaatsvindt in één verrichting of via meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan.

Overtredingen ervan worden gestraft met een geldboete van 250 tot 225 000 EUR, zonder dat deze geldboete meer mag bedragen dan 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen (art.41 AWW).

We stippen drie wijzigingen aan uit het nieuwe artikel 21 AWW, dat wij hieronder overnemen:

Art. 21. De prijs van de verkoop door een handelaar van één of meerdere goederen, evenals de prijs van één of meerdere dienstprestaties geleverd door een dienstverstrekker, 5.000 euro of meer, mag niet in contanten worden vereffend, uitgezonderd voor een bedrag dat 10% van de prijs van de verkoop of de dienstprestatie niet overstijgt, en voor zover dit bedrag niet hoger is dan 5.000 euro, ongeacht of de verkoop of de dienstprestatie plaatsvindt in één verrichting of via meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan. Wanneer de voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengt de betrokken handelaar of dienstverstrekker dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking. Na advies van de Cel voor financiële informatieverwerking en na overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken sectoren, legt de Koning bij besluit vast welke handelaren en dienstverstrekkers verplicht zijn de niet-naleving van het eerste lid ter kennis te brengen van de Cel voor financiële informatieverwerking.”

Vanaf 1 januari 2014 zal dit bedrag nog worden verlaagd tot 3 000 EUR. De Koning kan deze verlaging versneld invoeren bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

  • Maximumbedrag: van 15 000 EUR naar 5 000 EUR …
    In eerste instantie wordt dit bedrag, voor betalingen gedaan vanaf 16 april 2012, verlaagd van 15 000 EUR tot 5 000 EUR! Uiterlijk op 1 januari 2014 zal het opnieuw worden verlaagd tot 3 000 EUR.
  • Toepassingsgebied: uitbreiding tot de diensten
    Het toepassingsgebied van artikel 21 AWW, dat oorspronkelijk beperkt was tot verkopen, wordt nu uitgebreid tot de dienstprestaties geleverd door een dienstverstrekker voor een bedrag van 5 000 EUR of meer. En dit ongeacht of de verkoop of de dienstprestatie plaatsvindt in één verrichting of via meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan. Bedoeld worden de handelaars (met name de kooplieden van artikel 1 van het Wetboek van koophandel) en de dienstverrichters. Diensten tussen particulieren worden echter niet beoogd.

Resultaat: vanaf 16 april 2012 mag een vastgoedmakelaar, een informaticaconsultant of enige andere dienstverrichter zijn factuur niet meer in contanten innen, indien het bedrag ervan 5 000 EUR te boven gaat en, uiterlijk vanaf 1 januari 2014, indien het bedrag 3 000 EUR te boven gaat. Enige uitzondering: een bedrag dat niet hoger is dan 10 % van de verkoopprijs of van de prijs van de dienst (voorschot), en voor zover dit bedrag niet meer bedraagt dan 5 000 EUR, mag nog altijd in contanten worden vereffend.

  • Verplichting inzake de onmiddellijke kennisgeving aan de CFI
    Belangrijke nieuwigheid: wanneer de betrokken handelaar of dienstverstrekker toch hogere contante betalingen dan de toegelaten bedragen (5 000 EUR en uiterlijk vanaf 1 januari 2014 3 000 EUR) in ontvangst zou nemen, moet hij dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking brengen. Deze verplichting tot zelfbeschuldiging volgt uit volgende bewoordingen van artikel 21 AWW:

Wanneer de voornoemde bepaling niet werd nageleefd, brengt de betrokken handelaar of dienstverstrekker dit onmiddellijk schriftelijk of elektronisch ter kennis van de Cel voor financiële informatieverwerking. Na advies van de Cel voor financiële informatieverwerking en na overleg met de vertegenwoordigers van de betrokken sectoren, legt de Koning bij besluit vast welke handelaren en dienstverstrekkers verplicht zijn de niet-naleving van het eerste lid ter kennis te brengen van de Cel voor financiële informatieverwerking.”

De geviseerde handelaars en dienstverrichters zullen pas later, na advies van de CFI, door de Koning worden aangewezen. Lees evenwel nu al aandachtig de interpellatie van mevrouw Veerle Wouters tot de Staatssecretaris voor de bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, toegevoegd aan de eerste minister over "de meldingsplicht van handelaren en dienstverstrekkers aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI)" (nr. 34) in de Commissie voor de Financiën en de Begroting op 02/05/2012.

Geldboeten bij niet-naleving van deze beperkingen (nieuw artikel 41 AWW)

De overtredingen van artikel 21, eerste lid, worden gestraft met een geldboete van 250 tot 225 000 euro.Evenwel mag deze geldboete niet meer bedragen dan 10 % van de ten onrechte in contanten betaalde sommen. De schuldenaar en de schuldeiser zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de geldboete”.

Wie deze beperking niet naleeft, zal dus worden gestraft met een geldboete. We zullen later vast de kans krijgen om op deze geldboeten en de toepassingsmodaliteiten ervan terug te komen. En zeker het nieuwe beginsel van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de schuldenaar en de schuldeiser voor deze boeten, en meer bepaald de praktische gevolgen en de draagwijdte ervan, verdienen enige toelichting.

Thema's: Beroep > Deontologie
Kernwoord(en):