Herkwalificatie van interesten tot dividenden: te vermijden valstrikken

29/05/2013 - Pierre-François Coppens - Studiedienst

We onderzoeken het (klassieke) geval van een vennootschap die een actief (gebouw, cliënteel, machine enz.) verwerft, maar niet over de nodige liquiditeiten beschikt om dat te betalen. Zij boekt op het passief van de balans dus haar schuld in rekening-courant en bepaalt bij overeenkomst dat op die schuld een jaarlijks te betalen interest zal aangerekend worden.

Zoals geweten, gaat de administratie er in dergelijk geval van uit dat dat die schuld een geldlening vermomt, waarna ze, met toepassing van een fiscale bepaling (artikel 18, 4° WIB 1992) de (aftrekbare) interest herkwalificeert tot een (niet-aftrekbaar) dividend, wanneer blijkt dat het bedrag van de geboekte schuld hoger is dan de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbare tijdperk en het gestorte kapitaal bij het einde van dit tijdperk.

Het betreft helemaal geen schoolvoorbeeld: neem bijvoorbeeld een nieuw opgerichte vennootschap met een minimumkapitaal die cliënteel met een hoge waarde verwerft en die de prijs ervan in rekening-courant boekt. De fundamentele vraag is of de inschrijving in rekening-courant rechtsgeldig kan gelijkgesteld worden met een ‘geldlening’ in de zin van artikel 18, 4° WIB, want de wettekst heeft het enkel over een geldlening.

De rechtspraak is verdeeld. In een eerste arrest (d.d. 16 november 2006) nam het Hof van Cassatie het standpunt in dat een inschrijving in rekening-courant wel degelijk een geldlening kan uitmaken. Maar achteraf kwam het Hof terug op dit standpunt en besliste dat, bij gebrek aan de materiële afgifte van geld aan de vennootschap-kredietneemster, de gelijkschakeling met een geldlening onmogelijk is (arrest van 2 december 2010).

Sindsdien is de rechtspraak geëvolueerd en wordt de theorie van de schuldvernieuwing ingeroepen. Die theorie houdt in dat, als het de bedoeling is van de partijen om een oorspronkelijke schuld (in de vorm van een te betalen prijs) om te zetten in een nieuwe schuld (in de vorm van een terug te betalen lening), er sprake is van schuldvernieuwing en het dus mogelijk is om de interest tot dividend te herkwalificeren.

Zonder dieper in te gaan op deze argumentatie uit de rechtspraak, kunnen we de belastingplichtige alleen maar adviseren om niets te ondernemen dat onrechtstreeks zou kunnen wijzen op deze ‘bedoeling van de partijen’: aldus moet de bedrijfsleider vermijden om ‘verkeerd gekozen’ woorden te gebruiken (zoals ‘lening’ of ‘voorschot aan de vennootschap’), moet hij erop letten de schuld niet te boeken op rekeningen met als opschrift ‘leningen’ (rekeningen 173001 of 423001) en moet hij ervoor zorgen dat de modaliteiten inzake de betaling van de prijs vooraf behoorlijk vastgesteld zijn, om niet de indruk te wekken dat het een voorschot op lange termijn betreft. Zo niet, dan laat hij de fiscus de vrije hand om te beweren dat die aanwijzingen op schuldvernieuwing wijzen.

Thema's: Fiscaliteit > Vennootschapsbelasting (VenB)
Kernwoord(en):