Gewijzigde btw-factureringsregels: overgangsbepalingen 2013

8/01/2013 - Daniël Maes - Adviseur studiedienst

In het editoriaal van het laatste e-zine van 2012 kon het IAB u reeds aankondigen dat – tijdens het constructieve onderhoud tussen het IAB en het kabinet van vice-eersteminister en minister van Financiën Steven Vanackere, samen met de Centrale Administratie btw – er een overgangsperiode van één jaar werd bevestigd voor de toepassing van de gewijzigde btw-factureringsregels. Wat houden deze overgangsbepalingen nu precies in?

De Centrale diensten btw hebben ondertussen de beslissing nr. E.T. 123.563 dd. 19.12.2012 met betrekking tot deze overgangsbepalingen gepubliceerd op Fisconetplus (www.fisconetplus.be > Home > Recente wijzigingen > Beslissing BTW nr. E.T. 123.563 dd. 19.12.2012). In deze bijdrage zullen wij deze overgangsbepalingen bevattelijk weergeven.

Essentieel bij de wijziging van de btw-factureringsregels is het wegvallen van een subsidiaire oorzaak van verschuldigdheid van de btw, met name deze m.b.t. de uitreiking van de factuur indien dit feit zich voordoet vóór de levering van het goed of het “verrichten van de dienst” – merk tevens op dat er tot nu toe sprake was van het “voltooien van de dienst” – of vóór de (gedeeltelijke) betaling. Tengevolge van deze wijziging wordt de btw – op basis van artikel 17, § 1, tweede lid (levering van goederen) of artikel 22, § 2, eerste lid (verrichten van diensten) van het Wetboek Btw vanaf 1 januari 2013 – niet langer verschuldigd door het loutere feit van het uitreiken van een factuur. Dit betekent eveneens dat deze niet-verschuldigde btw – zolang er zich nog geen andere oorzaak van verschuldigdheid heeft voorgedaan – eveneens niet aftrekbaar is bij de ontvanger van de goederen of de diensten, zelfs indien deze over een factuur beschikt.

Belangrijk hierbij is evenwel op te merken dat ingevolge artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek de btw steeds opeisbaar wordt zodra deze op een factuur of op een als zodanig geldend stuk werd vermeld. Deze bepaling blijft vanaf 1 januari 2013 onverminderd van toepassing, waardoor de – in principe niet-verschuldigde – btw toch opeisbaar wordt ingevolge deze bepaling. De op basis van deze bepaling opeisbare btw is echter niet aftrekbaar bij de ontvanger van de factuur!

Voorgaande preciseringen zijn noodzakelijk voor een goed begrip van de overgangsbepalingen, die hierna schematisch kunnen worden samengevat. Deze overgangsbepalingen zijn in 2013 van toepassing op de voorschotfacturen die worden uitgereikt vóór het ontvangen van de betaling en/of vóór de levering of de dienstverrichting.

1. De B2B-handelingen (met uitzondering van de intracommunautaire handelingen en handelingen met verlegging van heffing):

a. Toepassing van de oude regels inzake opeisbaarheid is mogelijk tijdens 2013, mits:

  • De leverancier of dienstverrichter voldoet de btw op basis van de door hem uitgereikte voorschotfactuur.
  • De btw wordt afzonderlijk vermeld op de voorschotfactuur en de datum van verschuldigdheid van de btw dient niet te worden vermeld.
  • De leverancier of dienstverrichter neemt de btw onmiddelijk op in de periodieke aangifte m.b.t. de periode van uitreiking van de voorschotfactuur, bij toepassing van artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek.
  • De cliënt kan de btw onmiddellijk in aftrek nemen, zonder de betaling of het belastbaar feit (levering of diensverrichting) af te wachten.

b. Toepassing van de nieuwe regels inzake opeisbaarheid is toegestaan tijdens 2013, mits:

  • De leverancier of dienstverrichter voldoet de btw niet n.a.v. de vraag tot betaling van een voorschot.
  • Een ander document dan een factuur wordt opgemaakt om het voorschot op te vragen en de btw wordt hierop op geen enkele manier vermeld (geen bedrag, geen tarief, geen vermelding “inclusief”, geen reden van niet-aanrekening of verlegging, enz.).
  • Ingeval de btw toch wordt vermeld op het document, geldt, bij toepassing van artikel 51, § 1, 3° van het Btw-Wetboek, de regeling vermeld onder 1.a. hiervoor.
  • De factuur wordt opgemaakt uiterlijk de 15e van de maand – merk de nieuwe termijn op – volgend op het verschuldigd worden van de btw, zijnde op het moment van levering of dienstverrichting of van de betaling.
  • De btw wordt opgenomen in de aangifte m.b.t. de periode waarin deze verschuldigd is geworden door de betaling of het belastbaar feit.
  • Het recht op aftrek van de btw kan door de cliënt pas worden uitgeoefend voor zover de btw verschuldigd is geworden, bij toepassing van deze regels, en hij in het bezit is van een regelmatige factuur.

2. De handelingen met verlegging van heffing (andere dan intracommunautaire handelingen):

a. Toepassing van de oude regels inzake opeisbaarheid is mogelijk tijdens 2013, mits:

  • Voldoening van de btw door de cliënt n.a.v. de ontvangen voorschotfactuur.
  • Onmiddellijke aftrek van de btw overeenkomstig de van toepassing zijnde regels.

b. Toepassing van de nieuwe regels inzake opeisbaarheid is toegestaan tijdens 2013, mits:

  • Geen voldoening van de btw door de cliënt bij ontvangst van de voorschotfactuur.
  • Voldoening en uitoefening van het recht op aftrek van de btw in de periodieke aangifte m.b.t. het tijdstip waarop de btw verschuldigd is geworden, zijnde wegens de betaling of het belastbaar feit.

3. Intracommunautaire diensten en leveringen:

a. Diensten verricht in België waarvoor de btw verschuldigd is door de afnemer:

  • De administratie voorziet geen overgangsregeling, omwille van de “matching van de uitgewisselde gegevens tussen de lidstaten van de EU”.
  • Administratieve toleranties ingeval er slechts enkele dagen vóór de betaling of het belastbaar feit een factuur zou worden uitgereikt.
  • Voor de andere dienstprestaties wordt verwezen naar hetgeen hiervoor onder punt 1. werd uiteengezet.

b. Intracommunautaire leveringen:

  • Geen enkele tolerantie voorzien, vanwege “de verplichte omzetting van de Richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010”.
  • De btw wordt verschuldigd op de 15e van de maand volgend op die waarin het belastbaar feit heeft plaatsgevonden.
  • Er wordt opgemerkt dat vanaf 1 januari 2013 de uitreiking van de factuur vóór het belastbaar feit de btw niet meer opeisbaar maakt.
  • Administratieve toleranties ingeval er slechts enkele dagen vóór de betaling of het belastbaar feit een factuur zou worden uitgereikt.

4. De handelingen met particulieren:

  • De btw voor de leveringen van roerende goederen en voor dientsverrichtingen aan particulieren – en waarvoor het niet verplicht is een factuur uit te reiken – wordt opeisbaar in verhouding tot de ontvangst van de prijs.
  • Het staat de belastingplichtige vrij om de btw vrijwillig te vroeg te voldoen bij de uitreiking van de factuur of wanneer het belastbaar feit zich voordoet.

De beslissing kondigt aan dat “in de loop van het eerste trimester van 2013, zal er een nieuwe beslissing gepubliceerd worden m.b.t. het definitieve stelsel inzake opeisbaarheid van btw dat van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2014”.

Het IAB zal deze wijzigingen in de facturatieregels verder opvolgen in 2013 en zal tevens haar volledige medewerking verlenen om de praktische uitwerking – evenals de weerslag van deze nieuwe maatregelen – op de administratie van de ondernemingen zo goed mogelijk te begeleiden. Wordt dus zeker vervolgd in 2013!

Thema's: Fiscaliteit > Belasting toegevoegde waarde (Btw);Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):