Meerwaarden op aandelen: vrijgesteld? Of toch niet?

29/05/2013 - Pierre-François Coppens - Studiedienst

België is altijd al een veelgeprezen of fel verguisd land geweest omdat meerwaarden op aandelen fiscaal vrijgesteld zijn. Sommigen beschouwen dat als fiscaal onrechtvaardig ten opzichte van de al zwaar belaste inkomsten uit arbeid, maar anderen zien het als een van de laatste fiscale buitenkansen en een echte stimulans voor de ondernemingsgeest.

Zonder ons te mengen in die ideologische en vaak frontale confrontatie, waarbij meer gematigde standpunten blijkbaar nooit aan bod komen, moeten we toch vaststellen dat de hypothese van de vrijstelling van meerwaarden op aandelen de laatste jaren flink aan belang heeft ingeboet. Het bewijs daarvan volgt hierna:

Wat de aandelen in het bezit van particulieren betreft, had een wet van 11 december 2008 al een wijziging aan artikel 90 WIB 1992 aangebracht. Er werd met name een 9° toegevoegd, waardoor het mogelijk werd meerwaarden op aandelen die zijn verwezenlijkt naar aanleiding van de overdracht onder bezwarende titel van die aandelen (buiten het uitoefenen van een beroepswerkzaamheid), daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen, tegen 33 % te belasten. Dit belastingstelsel beoogt dus alle speculatieve verrichtingen met effecten.

En wat de overdrachten van aandelen aangehouden door vennootschappen aangaat, tellen we vier gevallen waarin de vrijstelling van de meerwaarden uitgesloten is: ten eerste worden wel aan de vennootschapsbelasting onderworpen, de meerwaarden op aandelen die geen financiële vaste activa zijn in de zin van het boekhoudrecht, met andere woorden op aandelen die slechts aangehouden worden als geldbeleggingen.

Ten tweede onderwerpt artikel 192 WIB 1992 aan de vennootschapsbelasting, de meerwaarden gerealiseerd op aandelen van vennootschappen die niet beantwoorden aan de voorwaarde van belastingonderwerping van het DBI-stelsel (voorwaarde die eist dat de vennootschap niet onderworpen is aan een belastingregeling die veel voordeliger is dan de Belgische belastingregeling).

Ten derde bepaalt een programmawet van 28 december 2011 dat meerwaarden op aandelen tegen een afzonderlijke aanslagvoet van 25,75 % worden belast, als de aandelen binnen het jaar worden vervreemd.

En ten slotte heeft de programmawet van 27 december 2012 een vierde belasting (tegen een aanslagvoet van 0,412 %) ingevoerd, geheven op meerwaarden die verwezenlijkt worden door grote vennootschappen, zijnde de vennootschappen die niet beantwoorden aan de voorwaarden om als een kmo te worden aangemerkt.

Een kmo is een vennootschap die niet één van volgende criteria overschrijdt:

–  aantal werknemers: 50;
– omzet: 7 300 000 euro;
– balanstotaal: 3 650 000 euro;
tenzij het jaargemiddelde van het personeelsbestand meer dan 100 bedraagt. Merk op dat ingevolge art. 15 W. Venn. deze criteria op geconsolideerde basis van toepassing zijn.

Is België dan nog wel dat gedroomde belastingparadijs waar men aandelen van vennootschappen kan kopen en verkopen onder totale belastingvrijstelling? Ondertussen is dat helemaal niet meer zo zeker!

Thema's: Fiscaliteit > Vennootschapsbelasting (VenB)
Kernwoord(en):