Managementvennootschap: opgelet voor simulatie

19/06/2013 - Pierre-François Coppens - Studiedienst

Een managementvennootschap oprichten is niet verboden. Ook is het voor exploitatievennootschappen niet verboden om managementovereenkomsten te sluiten en om managementvergoedingen (management fees) af te trekken als kost.

Dergelijke verrichtingen vallen onder de keuze van de minst belaste weg. De fiscus mag zich niet bemoeien met de zaken van de onderneming en mag geen opportuniteitsbeoordeling maken. De belastingplichtigen mogen zich echter niet gedragen op een manier die strijdig is met hun gestelde rechtshandelingen.

De zaak die voor de Brugse rechtbank van eerste aanleg werd aangespannen (uitspraak van 19 december 2012), toont aan dat managementovereenkomsten als gesimuleerd kunnen worden beschouwd wanneer de partijen niet op een consequente manier hebben gehandeld.

De feiten zijn als volgt: een vader en zijn zoon richten een managementvennootschap op, die voor het administratieve, sociale, financiële en boekhoudkundige beheer van hun exploitatievennootschap (een garage) zal instaan. De exploitatievennootschap betaalt een managementvergoeding aan de pas opgerichte managementvennootschap.

De fiscus ontdekt echter dat vader en zoon de exploitatievennootschap blijven beheren “in hun eigen naam”. Wanneer documenten werden ondertekend, deden zij dat in eigen naam en zonder dat werd vermeld dat ze optraden namens de managementvennootschap. Bovendien staan de nieuwe vennootschappen niet in voor de boekhouding, maar wordt deze laatste uitbesteed aan een accountantskantoor. De fiscus stelt tot slot vast dat vader en zoon bij het ondertekenen van de managementovereenkomst geen melding hebben gemaakt bij de raad van bestuur van de exploitatievennootschap met betrekking tot de “mogelijke strijdigheid van vermogensrechtelijke belangen”, zoals nochtans bepaald wordt door art. 523, §1 W.Venn.

De fiscus beslist dus om de managementvergoedingen te belasten in hoofde van de vader en de zoon in de personenbelasting, en niet in de vennootschapsbelasting in hoofde van de managementvennootschap. Volgens de fiscus zijn de managementovereenkomsten en de -vennootschappen namelijk gesimuleerd.

De rechtbank heeft deze belasting bevestigd. De rechter oordeelt dat de concrete elementen uit het dossier aantonen dat niet alle gevolgen van de naar buiten uitgewerkte rechtshandeling werden gerespecteerd.

Uit deze rechtspraak kunnen we dus afleiden dat de managementovereenkomsten samenhangend moeten zijn en dat er voorzichtigheid aan de dag dient te worden gelegd door de partijen. Als de managementvergoedingen in werkelijkheid bedoeld zijn om het werk van de oprichters van de managementvennootschap te vergoeden en niet van de vennootschap zelf, dan zal de fiscus deze belastingconstructie moeiteloos kunnen ontmantelen. Uiteindelijk klinkt dat vrij logisch, toch?

Thema's: Fiscaliteit > Vennootschapsbelasting (VenB);Fiscaliteit > Personenbelasting (PB)
Kernwoord(en):