Geheime commissielonen, einde van de heksenjacht?

Fiscale administratie publiceert een nieuwe circulaire

30/07/2013 - Roger Lassaux - Directieadviseur

Met betrekking tot de manifeste problemen die eind 2010 ontstonden rond de toepassing van de regels voor de aanslag ‘geheime commissielonen’, heeft het Instituut, zoals u ongetwijfeld weet, heel wat inspanningen geleverd en geijverd voor een billijker beleid, met méér rechtszekerheid in de situaties waarin de toepassing van de bijzondere aanslag van artikel 219 WIB92 van toepassing kan zijn.

De kogel is door de kerk: vanaf aanslagjaar 2014 wordt de bijzondere aanslag niet meer gevestigd indien er een effectieve en definitieve belasting is in de personenbelasting ten name van de verkrijger. Deze nieuwe circulaire vermeldt dan ook dat de heer Carlos Six, Administrateur-generaal van de Fiscaliteit, FOD Financiën, uitdrukkelijk opdraagt “om deze nieuwe bepalingen en onderrichtingen correct toe te passen en het vestigen van de bijzondere aanslag voortaan nog slechts als uitzonderingsmaatregel te beschouwen indien, en slechts indien, de effectieve definitieve belasting in de personenbelasting ten name van de verkrijger niet (meer) mogelijk is binnen de termen van de gewijzigde wetgeving.”

Hij voegt bovendien toe dat “in de punctuele gevallen waar twijfel zou kunnen ontstaan wordt voortaan aanbevolen om, op basis van het gezond verstand, voorrang te verlenen aan een oplossing van het probleem, eerder door het vestigen van een (aanvullende) aanslag in de personenbelasting dan door het vestigen van de bijzondere aanslag in de vennootschapsbelasting.”

Met andere woorden, zoals minister van Financiën, Koen Geens, in een algemene opmerking gepubliceerd in de circulaire aangeeft: “De geest van de nieuwe wetsbepalingen en van onderhavige circulaire houdt in, dat daar waar mogelijk voorrang verleend wordt aan een belasting in hoofde van de genieter, in plaats van belasting in hoofde van de vennootschap of rechtspersoon bij wijze van toepassing van de bijzondere aanslag. In diezelfde geest mag eenzelfde oplossing betracht worden, daar waar nog een definitieve belasting mogelijk is, zij het niet meer in toepassing van de driejarige aanslagtermijn van art. 354, eerste lid WIB 92, maar wel in toepassing van andere aanslagtermijnen (bv. art. 358, § 2, 3° WIB 92).”

Wij zijn verheugd dat deze oplossing er gekomen is en dat deze meer rechtszekerheid met zich meebrengt in situaties waarin de bijzondere aanslag, voorzien in artikel 219, WIB 92, nog van toepassing kan zijn. In dit kader is het interessant om mee te delen dat “hangende geschillen en lopende dossiers, ook al hebben zij betrekking op voorgaande aanslagjaren, mogen – daar waar de aanslagtermijnen in de personenbelasting nog niet verstreken zijn – in de geest van de nieuwe wetsbepalingen en van onderhavige circulaire worden opgelost.”

Onlangs kregen we de eer en het genoegen om met de minister van Financiën te overleggen. Van deze gelegenheid maakte hij gebruik om ons onder meer zijn project duurzame tax-cificatie voor te stellen. Dit neologisme werd in het leven geroepen om het wederzijdse vertrouwen tussen de economische beroepsbeoefenaars en de belastingadministratie te herstellen.

Deze circulaire is een eerste teken in die richting. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat deze zonder meer positief zal onthaald worden door onze leden en de ondernemingen. We komen weldra terug op deze tax-cificatie.

Thema's: Beroep > Het Instituut;Fiscaliteit > Fiscale procedure
Kernwoord(en):