Help, de vereffenaar is nog niet bevestigd of gehomologeerd!

Wat met voorschotten op het vereffeningssaldo?

19/09/2014 - Daniël Maes, accountant–belastingconsulent – adviseur studiedienst IAB

Op het IAB komen signalen binnen dat de rechtbanken van koophandel de toevloed aan verzoekschriften tot bevestiging of homologatie van de vereffenaar niet in de loop van september 2014 zullen kunnen afhandelen. Deze toevloed gaat immers gepaard met de reorganisatie van de rechtbanken. Vennootschappen die in vereffening werden gesteld en die nog voor 1 oktober 2014 wensen over te gaan tot uitkering van voorschotten op het vereffeningssaldo aan 10 % RV – en niet in aanmerking komen voor de ontbinding en vereffening in één akte – vragen zich af in hoeverre zij door die situatie in moeilijkheden kunnen komen. Beschikt de vereffenaar pas na de bevestiging of homologatie van zijn benoeming door de voorzitter van de rechtbank van koophandel over de volledige bevoegdheid om over te gaan tot uitkering van voorschotten?

Deze vraagstelling moet enigszins genuanceerd worden. Indien de benoeming van de vereffenaar louter ter bevestiging aan de voorzitter van de rechtbank dient te worden voorgelegd – bij toepassing van artikel 184, § 2 W.Venn. – kan hij immers vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering rechtsgeldig handelingen stellen. Dat kan eveneens worden afgeleid uit artikel 184, § 2, derde lid W.Venn., waarin wordt bepaald dat de voorzitter van de rechtbank oordeelt over dergelijke handelingen. Indien die handelingen kennelijk in strijd zijn met de rechten van derden, dan kan de voorzitter ze nietig verklaren.

Daartegenover staat dat geen handelingen kunnen worden gesteld door personen die niet als vereffenaar kunnen worden aangewezen of van wie de benoeming onderworpen is aan de homologatie door de voorzitter van de rechtbank. Artikel 184, § 2, vierde en vijfde lid W.Venn. omschrijft de personen die onder deze categorieën vallen. Indien de vennootschap wenst over te gaan tot uitkering van voorschotten op het vereffeningssaldo, is het dus aangewezen deze personen niet tot vereffenaar te benoemen.

De bevoegdheid tot het uitkeren van voorschotten op het vereffeningssaldo komt exclusief toe aan de vereffenaar en de beslissing hiertoe valt onder zijn verantwoordelijkheid en risico. Hij kan deze beslissing wel ter goedkeuring aan de algemene vergadering voorleggen, waarbij de vennoten of aandeelhouders er zich toe verbinden de eventueel te veel gestorte voorschotten terug te betalen (1). Volgens ons kunnen deze beslissing en goedkeuring eveneens worden opgenomen in de algemene vergadering die tot ontbinding van de vennootschap beslist. De procedure tot uitkering van dergelijke voorschotten op het vereffeningssaldo kan als volgt worden samengevat:

• Schorsing van de algemene vergadering na benoeming van de vereffenaar.
• Beslissing van de vereffenaar tot uitkering van een voorschot op het vereffeningssaldo.
• Herneming van de algemene vergadering met de goedkeuring van de beslissing tot uitkering van een voorschot aan de vennoten of aandeelhouders, mits de verbintenis tot terugbetaling van de eventueel te veel gestorte bedragen.
• Toekenning of betaalbaarstelling door de vereffenaar van het nettovoorschot, met in voorkomend geval inhouding van 10 % RV vóór 1 oktober 2014.
• Aangifte en betaling van de RV binnen een termijn van vijftien dagen na de toekenning of betaalbaarstelling van het voorschot.
• Voorlegging ter beoordeling aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de beslissing tot uitkering van het voorschot, eventueel op te nemen in het verzoekschrift ter bevestiging van de vereffenaar.

Voornoemde procedure zal in de praktijk slechts bruikbaar zijn indien de laatst in functie zijnde zaakvoerder(s)/bestuurder(s) tot vereffenaar(s) worden aangesteld. Hoewel er in beginsel geen enkele wettelijke verplichting bestaat voor de vereffenaar om een inventaris op te maken (Zie evenwel Rb. Gent 24 oktober 2002, TFRnet 23 juni 2003), zal een voorzichtig vereffenaar er toch goed aan doen om een inventaris op te stellen bij de aanvang van zijn mandaat. Enkel indien een voormalig zaakvoerder/bestuurder als vereffenaar wordt aangesteld, heeft de vereffenaar doorgaans al een zicht op de actiefbestanddelen van de vennootschap in vereffening, zeker indien hij heeft meegewerkt aan het opstellen van de staat van activa en passiva zoals opgenomen in artikel 181, § 1 W.Venn.(2)


(1) De vereffeningsprocedure, Cedric Berckmans, Kluwer, 2014, 750-752.
(2) De vereffeningsprocedure, Cedric Berckmans, Kluwer, 2014, 692 -695.

Thema's: Beroep > Het Instituut;Vennootschapsrecht-onderneming > Vereffening - ontbinding
Kernwoord(en):