De weigering tot btw-listing door advocaten omwille van een mogelijke schending van hun beroepsgeheim

30/03/2015 - IAB

Recent werd op de website van het Instituut nog een artikel gepost over de aansprakelijkheid van de accountant voor een aanslag van ambtswege. Tevens is er kortgeleden ook in Accountancy & Tax een uitgebreid artikel verschenen met betrekking tot de aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken. Omtrent de algemene problematiek inzake de aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar wordt dan ook naar deze beide artikelen verwezen.

Op 26 maart 2015 heeft de voorzitter van de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, in kort geding een beschikking geveld inzake een gezamenlijke vordering van de Orde van Vlaamse Balies (OVB), van één advocaat in persoon en van twee advocatenvennootschappen, waarvan één in de hoedanigheid van advocaat en de ander in de hoedanigheid van cliënt van een andere advocaat op wiens btw-listing de naam van de advocatenvennootschap vermeld zou worden.

Deze vordering strekte ertoe om te bekomen dat bij wijze van voorlopige maatregel de eisers toegelaten zouden worden om hun btw-listing niet in te dienen en te bevelen aan de Belgische Staat om zich ervan te onthouden om de eisers te verplichten dergelijke btw-listing in te dienen totdat er een uitspraak ten gronde zou zijn in de procedure voor het Grondwettelijk Hof, waarin het Grondwettelijk Hof bij tussenarrest nr. 165/2014 dd. 13 november 2014 prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie heeft gesteld. Hierbij beriepen de eisers zich op het beroepsgeheim.

Ook de Ordre des barreaux Francophones et Germanophones (OBFG) had bij de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel een vergelijkbare vordering ingediend. Hierover had de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel, in kort geding reeds op 23 maart 2015 een beschikking geveld.

In beide zaken werden de vorderingen verworpen. De OVB heeft hierop een mailing gestuurd naar al haar advocaten met volgende mededeling :

" ....U heeft de keuze om ofwel een inbreuk te plegen op het beroepsgeheim - art. 458 Strafwetboek - door alsnog een btw-listing neer te leggen ofwel geen btw-listing neer te leggen en een administratieve boete te riskeren."

De OBFG heeft ter attentie van haar leden als volgt gecommuniceerd:

"En ne déposant pas le listing T.V.A. avant le 31 mars, l'assujetti T.V.A. prend le risque de s'exposer à des amendes qui peuvent s'élever jusqu'à 3.000 € par infraction." [1]

Het IAB raadt al zijn leden en stagiairs aan om onmiddellijk contact op te nemen met hun cliënten-advocaten, namens wie zij nog geen btw-listing indienden. Indien deze cliënten ervoor zouden opteren om geen btw-listing neer te leggen, dient u als accountant uw cliënt duidelijk schriftelijk in kennis te stellen van het feit dat u elke verantwoordelijkheid afwijst. Het komt erop aan om zelf kort op de bal te spelen, actief contact op te nemen met de cliënt en ervoor te zorgen dat er hiervan schriftelijke bewijsstukken bestaan om u tegen uw eigen potentiële aansprakelijkheid te beschermen.

Het is aan te raden om de cliënt-advocaat onmiddellijk een schriftelijke verklaring te laten ondertekenen waarin deze uitdrukkelijk bevestigt dat hij niet wenst dat u een btw-listing indient in zijn naam, dat hij hiervoor de volle verantwoordelijkheid neemt en dat hij u hiervoor in geen enkel geval noch direct noch indirect aansprakelijk kan stellen voor eender welk gevolg dat zou voortvloeien uit zijn keuze om de btw-listing niet in te dienen. Herinner uw cliënt er tevens aan dat in toepassing van de ‘nieuwe’ regels betreffende de plaats van de dienst ( Europese richtlijn), die sinds 1 januari 2010 van kracht zijn in de volledige EU, de advocaat ‒ net als iedere btw-belastingplichtige – een driemaandelijkse intracommunautaire btw-listing moet indienen waarin het identificatienummer en dus de identiteit van hun belastingplichtige cliënten (of daarmee ingevolge artikel 20 WBTW gelijkgestelde cliënten) meegedeeld worden wanneer deze gevestigd zijn in een andere lidstaat. Behoudens onze vergissing heeft noch de OVB, noch de OBFG in het verleden het beroepsgeheim ingeroepen om te voorkomen dat de intracommunautaire btw-listing zou ingediend worden. Wij raden u dus aan om aan uw cliënten te vragen wat ze willen doen ten aanzien van de btw-belastingplichtige cliënten die in een andere EU-lidstaat gevestigd zijn. U kunt er immers logischerwijs van uitgaan dat het beroepsgeheim voor om het even welke cliënt geldt, ongeacht diens vestiging.
 
Volgens het IAB blijft het evenwel het meest aangewezen om de btw-listing in te dienen, zeker gezien dit in sommige andere landen van de EU ook reeds sinds lang een verplichting is voor de advocaten en dat daar, voor zover wij weten, geen problemen inzake beroepsgeheim opgeworpen werden.
 
Wij hielden eraan u hiervan uitdrukkelijk op de hoogte te brengen.


[1] Door geen btw-listing in te dienen vóór 31 maart, stelt de btw-belastingplichtige zich bloot aan boetes die kunnen oplopen tot 3 000 euro per inbreuk. (Vrije vertaling)

Thema's: Beroep > Het Instituut;Beroep > Andere instituten of federaties;Fiscaliteit > Belasting toegevoegde waarde (Btw)
Kernwoord(en):