Ministerraad heeft hervorming kmo financieringswet goedgekeurd

27/07/2017 - Annuska Van Hoorebeke, specialiste in financiële dienstverlening aan ondernemingen en particulieren

De ministerraad keurt op 20 juli 2017 een voorontwerp van wet goed rond de hervorming van de kmo financieringswet. Dit voorontwerp wordt voor advies overgemaakt aan de Raad van State. 

De belangrijkste goedkeuring van het voorontwerp handelt over de hervorming van de kmo financieringswet, meer bepaald de verhoging van het kredietplafond van 1 naar 2 miljoen euro.

Voor we dieper ingaan op dit voorontwerp, vatten we eerst de historiek samen:

Wat omvat de KMO Financieringswet of de Wet-Laruelle?

De kmo financieringswet of Wet-Laruelle (Art.1907 bis burgerlijk wetboek) stelt dat voor leningen en kredietopeningen aan kmo’s die zijn afgesloten na 10 januari 2014 een maximale wederbeleggingsvergoeding van zes maanden interest van toepassing is, indien het initieel geleende bedrag bij kredietopeningen minder dan 1 miljoen euro bedraagt.

  • Deze wet is van toepassing op zelfstandigen en ondernemingen tot 50 werknemers.
  • Precontractuele informatie en aanbod van he gepaste kredietvorm
  • Bij een kredietweigering dient de financier aan de kmo de belangrijkste redenen te communiceren
  • De wet bepaalt dat de wederbeleggingsvergoeding maximaal zes maanden interest mag bedragen voor leningen op interest en kredietopeningen afgesloten na 10 januari 2014.
  • Voor ondernemingskredieten boven de 1 miljoen euro blijft artikel 1907bis burgerlijk wetboek van toepassing voor zover het om een lening op interest gaat.
  • Tot slot bepaalt de Wet-Laruelle ook nog dat geen enkele vergoeding verschuldigd is in geval van:
    • vervroegde terugbetaling in uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die contractueel de terugbetaling van het krediet waarborgt
    • de hergroepering van bestaande kredieten bij dezelfde kredietgever
    • of de niet-substantiële wijziging van de kredietovereenkomst. (artikel 9 §3)

De meest voorkomende klachten van ondernemers over hun financiering gaat over de funding loss

Op 24 november 2016 heeft het Hof van Cassatie een arrest geformuleerd waarin algemeen gesteld wordt dat het niet wettelijk is om een wederbeleggingsvergoeding aan te rekenen die hoger is dan zes maanden interest, berekend volgens de principes van de funding loss.

Dit cassatiearrest stelt dat de maximale schadevergoeding zes maanden interest bevat op alle leningen op interest die vervroegd worden terugbetaald door ondernemingen (dus ook deze afgesloten voor 10 januari 2014) ook als de kredietovereenkomst een vervroegde terugbetaling uitsluit. Dit arrest is echter niet van toepassing voor kredietopeningen.

Wat is het verschil tussen een lening op interest en een kredietopening?

De leningsovereenkomst is een zakelijke overeenkomst krachtens welke de lener het volledige geleende bedrag eenmalig aan de ontlener overdraagt, tegen een terugbetaling, met interest, op een welbepaalde datum of vervaldata en die is onderworpen aan bepaalde regels in titel X van het burgerlijk wetboek.

Een overeenkomst voor een kredietopening, is een consensuele overeenkomst waarbij de fondsen niet onmiddellijk ter beschikking worden gesteld maar pas kunnen worden aangewend door de kredietnemer wanneer en in de mate waarin hij zulks nodig zou achten, tegen betaling van een commissie of interest.

Het onderscheid tussen een lening op interest en een kredietopening is volgens het hof van beroep en het Hof van Cassatie gemakkelijk te maken. Bij een kredietopening kan de ontlener het kredietbedrag opnemen en terugbetalen wanneer hij dit wenst. De kredietnemer kan het bedrag ook heropnemen wanneer hij dit wenst en is hierbij niet gebonden aan een strikt aflossingsschema.

Op 20 juli 2017 keurt de Ministerraad het voorstel tot hervorming van de financieringswet goed

Op voorstel van minister van Middenstand, Zelfstandigen en Kmo’s Willy Borsus, heeft de FOD Economie een uitgebreide en vrijwillige enquête uitgevoerd bij 10.000 kmo’s over de financieringswet. Op basis van de evaluatie en vastgestelde problemen heeft minister Willy Borsus en zijn collega’s Koen Geens en Johan Van Overtveldt een wetsvoorstel geformuleerd. Dit voorontwerp wordt voor advies overgemaakt aan de Raad van State. 

Het voorontwerp van wet wil een oplossing bieden voor enkele vastgestelde problemen, zonder daarbij de onderliggende doelstellingen van de oorspronkelijke financieringswet uit het oog te verliezen.

Het voorontwerp van wet beantwoordt aan de volgende doelstellingen:

  • het stelsel van de wederbeleggingsvergoedingen wijzigen:

    • voor nieuwe kredietopeningen stelt men een verhoging van het plafond voor van 1 miljoen euro naar 2 miljoen euro. Dit betekent dat er bij vervroegde terugbetaling van deze kredieten maximum zes maanden wederbeleggingsvergoeding mag aangerekend worden.
    • Verhoging van het toezicht van de FSMA betreft de wederbeleggingsvergoedingen: we merken hierbij op dat er voor de vroegere kredietovereenkomsten zeer binnenkort een omzendbrief over de behandeling van de ‘behartigenswaardige’ gevallen gepubliceerd zal worden ter attentie van de kredietinstellingen. De gevallen zullen ongetwijfeld over de torenhoge funding loss principes gaan bij een aantal kmo’s die hierdoor in problematische situaties zijn terechtgekomen. Dit initiatief wordt door Ombudsfin en Febelfin genomen en zal opnieuw stof doen opwaaien. Hier horen we nog van.
  • de precontractuele informatie van de kredieten en waarborgen van de kmo’s verbeteren:

    • voorzien dat zowel de kredietnemers als de borgstellers een ontwerpkredietovereenkomst kunnen ontvangen en informatie inwinnen, zodat zij goed geïnformeerd kunnen beslissen om over te gaan tot ondertekening van de definitieve kredietcontracten en waarborgvereisten. Voor microkredieten (kredieten < 25 000 euro) is de ontwerpkredietovereenkomst niet vereist.
    • voorzien van een precontractueel informatiedocument over waarborgen en zekerheden met vermelding van de bestaande overheidswaarborgen en de mogelijke impact op de grotere toegang tot krediet.
    • de mogelijkheid geven om de waarborg te herzien na de gedeeltelijke terugbetaling van een krediet. Net zoals bij de weigering van een krediet bevat het wetsvoorstel ook de verplichting om de redenen van de weigering van vrijgave van waarborgen te communiceren.

Dit voorstel zou een bijdrage kunnen leveren aan de financiële kennis van de ondernemers/ borgstellers en aan de flexibiliteit van vervroegde terugbetaling van kredieten.

Thema's:
Kernwoord(en):