Cobelfret-arrest inzake DBI: impact op de aangifte…

1/07/2009 - Roger Lassaux

In het voorwoord van de Praktische gids vennootschapsbelasting 2009, het handboek dat wij tot uw beschikking stelden, vestigde onze voorzitter de aandacht op het feit dat geen enkel vak werd voorzien om, tengevolge het arrest-Cobelfret, het over te dragen bedrag van de niet afgetrokken DBI.

Opfrissing om de reikwijdte van het arrest te begrijpen

Het Belgische systeem van DBI-aftrek voorziet dat de dividenden die een moedervennootschap ontvangt van een dochteronderneming, eerst worden opgenomen in de belastbare basis van de moedervennootschap, en vervolgens ten belope van 95 % worden afgetrokken. Opgelet: artikel 205, § 2 WIB 1992 beperkt de DBI-aftrek tot het bedrag van de netto-winst van het boekjaar! Gevolg: indien de moedervennootschap verliezen boekt, zal het eventueel ongebruikte gedeelte van deze aftrek niet overdraagbaar zijn op de belastbare winsten van volgende jaren. Deze aftrek is integraal en definitief verloren, zonder mogelijkheid tot compensatie met belastbare winsten die in de loop van volgende jaren worden geboekt.

Onverenigbaarheid met moeder-dochterrichtlijn

In het arrest van 12 februari 2009 (C-138/07), oordeelde het Europees Hof van Justitie dat de beperking onverenigbaar is met de doelstelling en met het regime van Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedervennootschappen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten: “Lidstaten kunnen niet eenzijdig beperkende maatregelen vaststellen, zoals de vereiste dat belastbare winst aanwezig is bij de moedervennootschap, en zo de mogelijkheid om voordelen te genieten voorzien in Richtlijn 90/435, aan voorwaarden te onderwerpen”. Uit de conclusie van de advocaat-generaal blijkt dat “artikel 4, lid 1 van Richtlijn 90/435/EEG van de Raad van 23 juli 1990... zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling waarbij dividenden die een moedervennootschap in een lidstaat ontvangt van een dochteronderneming in een andere lidstaat, eerst worden opgenomen in de belastbare grondslag van de moedervennootschap en vervolgens slechts van de belastbare grondslag worden afgetrokken ten belope van 95 % voor zover bij de moedervennootschap belastbare winst aanwezig is. Artikel 4, lid 1 van Richtlijn 90/435 is onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig om voor de nationale rechter de rechten te doen gelden.” Het Hof voegt er nog aan toe dat het niet aangewezen is de gevolgen van de beslissing in tijd te beperken. Particulieren kunnen zich voor de nationale rechter rechtstreeks beroepen op artikel 4, lid 1 van de Richtlijn tegenover elk nationaal voorschrift dat niet met de richtlijn in overeenstemming is.

Zonder enige beperking in tijd, is de mogelijkheid voor de moedervennootschap bekrachtigd om de niet-afgetrokken DBI-aftrek over te dragen ingeval van afwezigheid of onvoldoende belastbare winsten tijdens het belastbaar tijdperk om 95 % van het bedrag van de ontvangen dividenden op te nemen. Conclusie? In de toekomst kunnen verlieslatende moedervennootschappen de dividenden die zij ontvangen van filialen, aftrekken van hun toekomstige belastbare grondslag.

Concreet…

Dan rest enkel nog de vraag hoe België zich zal conformeren aan dit arrest? En wat met de praktische gevolgen voor de aangifte? Uit het persbericht blijkt dat een ontwerp van omzendbrief zou zijn goedgekeurd tijdens de Ministerraad van 15 mei 2009.

Zodra de omzendbrief officieel beschikbaar is, zullen wij deze publiceren. In verschillende publicaties (zie onder andere Administratie verduidelijkt gevolgen Cobelfret-arrest) voorziet de Administratie twee mogelijkheden:

  • aanslagjaar 2009: een gedetailleerde verklarende bijlage van het overdraagbare bedrag moet bij de aangifte worden gevoegd;
  • aanslagjaar 2010: de aangifte in de vennootschapsbelasting voorziet in principe de mogelijkheid om overschotten over te dragen.

Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Thema's: Fiscaliteit > Vennootschapsbelasting (VenB)
Kernwoord(en):