Advocaten mogen nog steeds al hun diensten zonder btw aanrekenen! 

Geachte confraters,

Sinds 1 januari 2012 zijn de diensten van notarissen en gerechtsdeurwaarders aan btw onderworpen. Dat is niet het geval voor de diensten van advocaten die, zonder onderscheid, vrijgesteld blijven op grond van een bepaling tot btw-vrijstelling, gebaseerd op een “stand still-bepaling” van de Btw-richtlijn.

Het behoud van deze vrijstelling is uiteraard discriminerend, aangezien ze aanleiding geeft tot oneerlijke concurrentie tussen de beoefenaars van vrije beroepen.
Louter en alleen omdat wij accountants en belastingconsulenten zijn, worden onze erelonen met 21 % verhoogd ten opzichte van de erelonen van advocaten. Een snelle berekening zal alle “ondernemingen” die geen recht hebben op btw-aftrek, er toe aanzetten om advies in te winnen bij een advocaat in plaats van bij een economische beroepsbeoefenaar (die “ondernemingen” zijn o.a. de ondernemingen uit de overheids-, de bank-, de verzekerings- en de vastgoedsector, de onderwijs- en culturele instellingen).

Het is dan ook zeer terecht dat wij vragen hebben bij de gegrondheid van het voortbestaan van deze vrijstelling voor de diensten van advocaten. Meer bepaald is het de vraag of de toepassing van de btw-vrijstelling op de diensten van advocaten nog kan worden verantwoord, als we weten dat net dezelfde diensten, maar verricht door andere beoefenaars van vrije beroepen, wel onderworpen zijn aan btw.

Weliswaar hebben wij er geen bezwaar tegen dat de btw-vrijstelling behouden blijft voor diensten die tot het monopolie van de advocaten behoren, voor de cliënten die een beroep doen op de diensten van een advocaat als particulier of, meer algemeen, buiten de uitoefening van hun beroepsactiviteit. Maar het spreekt voor zich dat wij ondubbelzinnig van mening zijn dat de verplichte toepassing van de btw-vrijstelling op alle diensten van de advocaten, zonder enig onderscheid, geen grondslag heeft, noch in de communautaire wetgeving op het stuk van de btw, noch in de rechtspraak inzake btw. De handhaving van de btw-vrijstelling voor voornoemde diensten, belet derhalve niet dat dezelfde vrijstelling kan worden ingetrokken voor de diensten die ook door andere beoefenaars van vrije beroepen kunnen worden verricht, namelijk de diensten voor cliënten die geen particulieren zijn.

Dit zijn de gewettigde en afgewogen argumenten die wij onlangs tot staving van ons verzoek hebben uitgewerkt in een brief van het Interinstitutencomité van de economische beroepen (dat het Instituut van de Bedrijfsrevisoren, het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten en het Beroepsinstituut van de Erkende Boekhouders en Fiscalisten verenigt) aan de betrokken ministers.

Het spreekt voor zich dat wij u snel zullen informeren over het antwoord en over de verdere actie die wij zullen ondernemen.

Benoît VANDERSTICHELEN
Ondervoorzitter