Laat ons de dialoog aangaan 

Geachte confrater,

Een tijdje geleden bracht de pers uitvoerig relaas uit over een onderwerp dat door een politieke bron was ingefluisterd, en waarmee onze beroepen onterecht in verband werden gebracht. In het kort kwam het erop neer dat fraudeurs niet zouden kunnen frauderen zonder bijstand op maat.

Deze aantijging heeft ons, als bevoorrechte adviseurs van de onderneming, gekwetst, want onze prestaties worden uitgevoerd binnen een strikt deontologisch kader waarin ethiek hoog in het vaandel wordt gedragen. Jammer dat alle aspecten van de problematiek niet diepgaander werden onderzocht, want dan was vast duidelijk geworden dat het probleem voortvloeit uit consulenten die geen lid zijn van een beroepsinstituut en op allerhande manieren diensten en andere mechanismen aan de man trachten te brengen. Wij moeten dan ook toegeven dat, hoewel de illegale uitoefening van het beroep een prioriteit blijft voor het beroep, en het Instituut over de middelen beschikt om ter zake op te treden, het effect dode letter blijft, aangezien het niet kan leiden tot een ontzegging van het recht om het beroep uit te oefenen. Wat de belastingconsulenten betreft, is, zoals algemeen bekend, enkel de titel gereglementeerd.

Daarom pleiten wij vandaag voor een duidelijkere, doelgerichte en logische reglementering. De belastingaangifte ligt in de verlenging van de jaarrekening van de onderneming, die zelf de core business van onze beroepspraktijk uitmaakt. Zou het dan niet logisch zijn dat, wanneer die onderneming derden aanstelt, aangelegenheden in verband met de vennootschapsbelasting worden voorbehouden aan de economische beroepen en de advocaten, aangezien wij de onbetwistbare waarborgen van ethiek en de competenties kunnen bieden?

Hoewel van het hoogste belang, is dat niet ons enig voorstel. Wij hechten veel belang aan een constructieve dialoog. De vorige jaren konden wij de vruchten plukken van de protocollen die, onder leiding van de staatssecretarissen Jamar en Clerfayt, met de fiscale administratie werden gesloten.

Wij wensen dit overleg snel weer op te starten en leggen nu al drie voorstellen op tafel. De uitvoering daarvan houdt voor beide partijen voordelen in:

  • ten eerste, de termijnen voor de indiening van aangiften. Hoewel iedereen het erover eens is dat we naar normalere indieningstermijnen zouden moeten terugkeren, moet de vastlegging van de diverse termijnen, in overleg, rekening houden met de werkpieken en de personeelsbehoeften van de kantoren;
  • ten tweede stellen wij een impliciet mandaat voor voor alle fiscale administraties met het oog op de administratieve vereenvoudiging. Eenmaal de boekhoudkundige en fiscale beroepsbeoefenaar is aangesteld, zou dat mandaat voor alle handelingen bij fiscale administraties moeten kunnen gelden. Aan dat mandaat kunnen een aantal andere diensten worden gekoppeld. Wij denken bijvoorbeeld aan de verzending per e-mail aan de gemandateerde accountant en/of belastingconsulent van een kopie van alle tot de cliënt gerichte briefwisseling;
  • en waarom zouden wij, ten slotte, onze kennis en competentie op het terrein niet aanwenden om een voorafgaande dialoog op te starten over de uitvoerbaarheid van sommige fiscale stimuli in ondernemingen, en een bespreking achteraf om de moeilijkheden te bespreken die werden ervaren?

Deze en nog andere voorstellen zullen wij kortelings bundelen in een nota die wij vervolgens zullen overmaken aan de heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame ontwikkeling, en aan de heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, toegevoegd aan de eerste minister. Deze onderwerpen zullen zeker ook aan bod komen tijdens de debatten in het kader van twee conferenties op het Forum for the Future, dat doorgaat op 6 december 2012.

Wij zullen u op de hoogte houden van de vorderingen van deze dialoog. Een eerste afspraak die wij alvast gepland hebben is het overleg met de btw-administratie!

Met vriendelijke groet,
 

                                                      Benoît Vanderstichelen                                             André Bert
                                                      Ondervoorzitter                                                            Voorzitter