WCO: een stand van zaken

De samenstellingsopdracht in het kader van de WCO

12/12/2014 - IAB

Geachte confrater,

De wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen (WCO) trad op 1 april 2009 in werking. Deze wet werd herhaaldelijk gewijzigd. Bij de wijzigingen ingevolge de wet van 27 mei 2013 (BS 22/07/2013) – die op 1 augustus 2013 in werking zijn getreden – werden onder meer aan de externe leden een aantal nieuwe opdrachten toegekend.

De opdrachten voor onze externe leden in het kader van de WCO situeren zich enerzijds in de ‘preventieve fase’, met name de rol inzake de ‘detectie’ en de ‘melding’ van ondernemingen in moeilijkheden. Anderzijds bevinden de ‘toezichts-‘ en de ‘bijstandsopdracht’ voor de externe accountants – vereist in het kader van het verzoekschrift tot het openen van een procedure van gerechtelijke reorganisatie bij de rechtbank van koophandel – zich duidelijk in de ‘remediërende fase’ van de WCO.

Vanaf de wetswijziging van 27 mei 2013 werden reeds talloze acties ondernomen door het Instituut en het Interinstitutencomité (IAB-IBR-BIBF) om het belang van de versterkte rol voor de economische beroepsbeoefenaars in het kader van de WCO te benadrukken. Er werden reeds talloze seminaries, uiteenzettingen enz. voorzien door de Instituten, beroepsverenigingen en allerlei organisaties die voornamelijk de juridische implicaties van de preventieve rol van de beroepsbeoefenaars benadrukten. Deze inspanningen ter sensibilisering voor deze zeer belangrijke rol van de beroepsbeoefenaars in het kader van de preventieve fase van de WCO zullen onverminderd worden verdergezet.

Daarnaast werd een werkgroep opgericht die een eerste toelichting heeft uitgewerkt, die werd goedgekeurd door de respectievelijke Raden van het IAB, het IBR en het BIBF en werd voorgelegd aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB). De bemerkingen van de HREB worden geanalyseerd en de teksten – die nog niet konden worden gepubliceerd – worden aangepast om met deze bemerkingen rekening te houden. De gezamenlijk door het Interinstitutencomité uitgewerkte toelichting – rekening houdend met de opmerkingen van de HREB – dient als basis voor de opstelling van een ‘aanbeveling’ die momenteel wordt uitgewerkt door het Interinstitutencomité.

In de gezamenlijke toelichting werd er voor de toezichts- en/of bijstandsopdracht duidelijk gesteld dat deze opdrachten minimaal als een ‘samenstellingsopdracht’ dienen te worden opgevat en dat indien de beroepsbeoefenaar dit oordeelt hij deze als een beperkte controleopdracht kan opvatten.

De rechtspraak en de rechtsleer omtrent de draagwijdte van de toezichts- en bijstandsopdracht is momenteel niet eenduidig. De HREB zal met alle actoren die betrokken zijn bij de WCO (politiek, magistratuur, advocaten, economische beroepsbeoefenaars enz.) een initiatief nemen om tegen midden volgend jaar een evaluatie te maken van de huidige WCO. Een dergelijke evaluatie werd eveneens in het regeerakkoord in het vooruitzicht gesteld.

Er mag geen onduidelijkheid bestaan over de term samenstellingsopdracht – die veel meer omvat dan het loutere ‘samenbrengen van vaststellingen’ – omdat die van de beroepsbeoefenaar een aangepast niveau van verificatie vereist. De Raad heeft de studiedienst gevraagd om te verduidelijken wat van de samenstellingsopdracht wordt verwacht.

De Accountancy&Tax nr. 4/2014 – die u eerstdaags zal ontvangen – bevat een bijdrage over de meerwaarde die door de samenstellingsopdrachten aan financiële overzichten wordt gegeven. Deze in Nederland zeer bekende term ‘samenstellen’ en de meerwaarde die er aan verbonden is, dient in België meer ingang te vinden en meer te worden benadrukt. Het is de wens van het Instituut – mede ondersteund door de HREB – om de meerwaarde van deze opdrachten voor de externe leden sterk te promoten, in het belang van zowel haar leden als van het maatschappelijk belang.

De samenstellingsopdracht en de meerwaarde ervan kunnen voor het beroep een belangrijke wissel op de toekomst betekenen. Wij zijn er immers van overtuigd dat ons beroep meer en meer zal evolueren naar een professionele dienstverlening die een nog grotere meerwaarde zal leveren aan het economisch verkeer in het algemeen en aan de kmo’s in het bijzonder.

Zowel de belangrijke rol van de externe IAB-leden in het kader van de WCO als de samenstellingsopdrachten zullen onze bijzondere aandacht blijven genieten in de toekomst!


Met confraternele groeten,

 

Bart Van Coile                                            Benoît Vanderstichelen
Ondervoorzitter                                           Voorzitter

Thema's:
Kernwoord(en):