Instituut verdedigt belangen beroep voor Commissie Financiën

27/02/2014 - IAB

Geachte confrater,

In ons editoriaal van april 2013 met de veelzeggende titel ‘Overhaaste veralgemeningen leiden tot twijfelachtige amalgamen’ hebben we twee wetsvoorstellen onder de aandacht gebracht. Beide hebben onder andere tot doel de ‘fiscale tussenpersonen’ specifieke straffen op te leggen en die straffen, in bepaalde gevallen, zelfs uit te breiden: 

  • Wetsvoorstel tot aanvulling van de ‘una via’-regeling door de verstrenging van de sanctiemaatregelen ten aanzien van fiscale tussenpersonen die aan fraude en agressieve fiscale planning doen en daarbij de fiscale of deontologische regels overtreden; en
  • Wetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, teneinde een regeling in te stellen die een sanctie oplegt aan financiële tussenpersonen en belastingconsulenten die medeplichtig zijn aan fiscale fraude.

Op 26 februari 2014 werden de drie Instituten, net als de andere beroepsorganisaties (Febelfin, Orde van Vlaamse Balies, Hoge Raad voor Economische Beroepen), de CFI en de magistratuur uitgenodigd voor een hoorzitting door de Kamercommissie voor Financiën.

We kregen alle drie de kans om onze standpunten te herhalen, gestoeld op sterke argumenten. Elk van ons stelde tegelijk betrouwbare denkpistes en actiemogelijkheden voor. De voorstellen van het IAB kunt u doornemen in de informatieve nota, die tevens aan de commissieleden werd uitgedeeld.

Hieronder beschrijven we kort drie punten:

1. Als bevoorrechte adviseurs van de ondernemingen zijn de accountants en belastingconsulenten zich ten volle bewust van het belang van hun maatschappelijke rol en bijgevolg van de noodzaak om fiscale fraude te bestrijden. In dat opzicht zijn onze vorming, onze waarden, onze strikte deontologie en dus de uitoefening van onze beroepsactiviteiten in het kader van een gereglementeerd beroep stuk voor stuk determinerende factoren die bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstelling. Ook als het gaat om de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

2. We zien er geen echte meerwaarde in om de huidige waaier aan straf- en tuchtsancties (die onlangs versterkt werden in het kader van ernstige fiscale fraude) te wijzigen of uit te breiden, noch om de bestaande procedures in het gedrang te brengen omdat die waaier al heel ruim is en garanties biedt op het vlak van de rechtszekerheid voor alle partijen.

3. In plaats van radicale veranderingen te overwegen, die meer bepaald de fiscale administratie in de positie van rechter én partij plaatsen, stellen we bijgevolg een tweevoudig denk-, overleg- en actiespoor voor:

a. Gereglementeerde beroepen:

i. Efficiënt gebruik van het bestaande kader aan de hand van een betere communicatie tussen het Instituut, de minister van Financiën (injunctierecht) en de juridische instanties (mogelijkheid tot schrapping, in bepaalde gevallen, op basis van een veroordeling);

ii. De ingeslagen weg in het kader van de ‘duurzame tax-cificatie’ verder bewandelen, en verder deelnemen aan de werkgroep ‘strijd tegen fiscale fraude’.

b. Fiscale tussenpersonen die activiteiten van belastingconsulent uitvoeren buiten elke vorm van reglementering om: om een einde te maken aan deze situatie die nadelige gevolgen heeft voor zowel de belastingplichtige als de Staat, stellen we voor om de vertegenwoordiging van belastingplichtigen bij de fiscale administratie voor te behouden aan de leden van de gereglementeerde juridische en economische beroepen. Wat dat betreft hebben we op 26 februari 2014, voor de Kamercommissie, meerdere malen benadrukt dat tal van fiscale adviezen en raadgevingen verstrekt worden door personen die tot geen enkel beroepsinstituut behoren en die dus niet gebonden zijn aan de wettelijke of deontologische verplichtingen. Het is bijvoorbeeld een vast gegeven dat sommige fraudeurs – die onze deontologische vereisten vrezen en hieraan willen ontsnappen – een beroep doen op fiscale adviesverstrekkers die het niet zo nauw nemen met de regelgeving en die buiten het normatief kader vallen. Heel wat vertegenwoordigers, onder wie die van de CFI, en commissieleden zijn bereid de verplichtingen die voortvloeien uit antiwitwaswet uit te breiden naar alle fiscale tussenpersonen, en dus niet alleen de gereglementeerde beroepsbeoefenaars.

We maakten van deze hoorzitting gebruik om de acties van het Instituut in het kader van de antiwitwaswet te benadrukken. Hoewel de Instituten veel inspanningen hebben geleverd, is de CFI echter van mening dat de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de antiwitwaswet zou moeten gebeuren door een onafhankelijk organisme, gezien het lage aantal meldingen bij de CFI en het gebrek aan tuchtsancties in geval van fraude.

Een ander agendapunt had betrekking op het beroepsgeheim waarnaar bepaalde beroepen – onterecht ‒ verwijzen en op die manier klanten kunnen werven. In geval van ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd dient er namelijk melding te worden gemaakt bij de CFI. De beroepsbeoefenaar kan zich dan ook niet beroepen op zijn beroepsgeheim. Het IAB zal het idee dat vrije erkende beroepsbeoefenaars die fiscaal advies verstrekken onderworpen worden aan dezelfde graad  van het beroepsgeheim, blijven verdedigen.

Met confraternele groeten, 

                     Bart Van Coile                                                             Benoît Vanderstichelen
                     Ondervoorzitter                                                            Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):