Versoepeling van het begrip ‘materiële vergissing’?

29/04/2014 - IAB

Geachte confrater,

Enkele weken geleden drong de federale ombudsman in zijn jaarverslag 2013 aan op een versoepeling van de – strikte – interpretatie van het begrip ‘materiële vergissing’ in de belastingaangifte.

Het verslag herinnert eraan dat de twijfel, in geval van vergissing of vergetelheid, altijd moet worden beslecht in het voordeel van de belastingplichtige, en dat dit op eenvormige wijze moet worden toegepast door de belastingambtenaren.

De complexiteit van de aangiftes kan aanleiding geven tot vergissingen uit hoofde van de belastingplichtige of zelfs hun adviseurs, en dus kan enig begrip hier op zijn plaats zijn.

Of zoals Max Baucus ooit schreef: “Tax complexity itself is a kind of tax!

Allicht weet u nog dat het Belgisch Staatsblad op 30 september 2013 een wet gepubliceerd heeft waarin bepaald wordt dat een eerste overtreding (zelfs puur onvrijwillig) in de belastingaangifte kan worden gesanctioneerd met een boete van 50 euro.

Het lijkt erop dat de fiscale administraties zijn ingegaan op de oproep tot clementie, die de federale ombudsman gedaan heeft.

De centrale diensten van de fiscale administratie trekken, in een bijkomende instructie, de aandacht van de lokale controlediensten op het belang van een ‘ruimere’ interpretatie van het begrip ‘materiële vergissing’ en om ‘onbetwistbare anomalieën’ recht te zetten, zonder de belastingplichtigen te onderwerpen aan een zware bezwaarprocedure of een ontheffing van ambtswege.

Het Instituut verheugt zich over dit nieuwe standpunt.

Bovendien is het sinds 2013 mogelijk om zich, in geval van betwisting over het al dan niet recht hebben op een ontheffing van ambtswege, te richten tot de fiscale bemiddelingsdienst. De wet van 29 april 2013 maakt het immers mogelijk om, na een indiening van een verzoek tot ambtshalve ontheffing, een bemiddelingsverzoek in te dienen bij de fiscale bemiddelingsdienst. Zodoende wil de wetgever het aantal gerechtelijke procedures inperken.

Tot slot merken we op dat de wet van 21 december 2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen de procedure van ontheffingen van ambtswege heeft uitgebreid tot alle belastingverminderingen opgenomen in artikelen 145-1 tot 145-36 WIB 1992.

Men kan alleen maar vaststellen dat de fiscale administratie altijd een zeer strikt standpunt had in deze materie, vooral met betrekking tot correcties van de jaarrekening. Tevens willen we u herinneren aan een ‒ nog steeds ‒ nuttig beginsel: in de regel mogen ondernemingen materiële vergissingen, gemaakt bij het opstellen van de jaarrekening, corrigeren. Een vergissing als gevolg van ‘beleidsbeslissingen’ kan echter niet gecorrigeerd worden.

Volgens de fiscale administratie mag een onderneming uiteraard geen wijzigingen aanbrengen aan haar jaarrekening en daarna een verbeterende aangifte indienen, zodra ze vaststelt dat ze een fiscaal voordeel misloopt omdat de neergelegde jaarrekening hier geen rekening mee houdt.

Het verkeerd beoordelen van de belastbare grondslag is geen materiële vergissing, maar een vergissing in rechte. Boekhoudkundige manipulaties, met als enig doel minder belastingen te betalen, worden ten strengste afgeraden.

De materiële vergissing is een feitelijke vergissing, vreemd aan elke tussenkomst van het intellect, de wil of welke andere juridische appreciatie met betrekking tot de belastbaarheid van de belastingplichtige of tot de vaststelling van de belastbare grondslag, bestaande uit grove schrijf- of rekenfouten.

De materiele vergissing stelt zich aldus tegenover de juridische vergissing, welke ‒ wetens en willens of uit onwetendheid ‒ een verkeerde interpretatie of toepassing van de fiscale wet veronderstelt.

Hoe dan ook moeten we vaststellen dat de bewijslast van de materiële vergissing op de belastingplichtige rust, en niet op de administratie. In geval van twijfel over de exacte aard van deze vergissing, wordt steeds in het voordeel van de belastingplichtige gehandeld. En dit op grond van het vertrouwde rechtsbeginsel ‘in dubio contra fiscum’.

Of zoals het spreekwoord zegt: “Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig” …

Met confraternele groeten,

                     Bart Van Coile                                                          Benoît Vanderstichelen
                     Ondervoorzitter                                                        Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):