Van verticaal naar horizontaal toezicht: het Nederlands voorbeeld

15/01/2015 - IAB

Geachte confrater,

Tussen de fiscale administratie en de belastingplichtigen – al dan niet bijgestaan door hun accountant, belastingconsulent of boekhouder(-fiscalist) – heerst al te vaak een gevoel van wantrouwen. Sterker nog: men voelt zich vaak niet begrepen.

In België geldt het principe van verticale controle, waarbij pas ná de indiening van de belastingaangifte gestart wordt met een controle. De administratie voert de controles en de onderzoeken ten aanzien van de belastingplichtigen ‒ die niets anders kunnen doen dan ze te ondergaan of te vrezen ‒ op.

We kunnen bijvoorbeeld een andere aanpak proberen, die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en op een gezonde samenwerking tussen de fiscus en de burger? Is dat utopisch? Zeker en vast niet, temeer omdat zoiets al van kracht is bij onze Nederlandse buren. De Nederlandse belastingdienst hanteert al tien jaar lang het zogenaamde ‘horizontaal toezicht’, waarbij afstemming vooraf gebeurt in plaats van controles achteraf. De controle rust dan op wederzijds vertrouwen en heeft reële voordelen voor wie dit model heeft ingevoerd binnen zijn onderneming. Het model werd voornamelijk ingevoerd binnen de grote ondernemingen, maar intussen loopt er een pilootfase voor de kmo’s. Een van de belangrijkste doelstellingen van dit model is om meer rechtszekerheid te verschaffen en de economische kost van fiscale controles in te perken.

In de praktijk betekent dat wanneer een onderneming over performante en transparante interne controlemaatregelen en processen beschikt, deze minder fiscale controles zal ondergaan. Uiteindelijk zullen de verschillende partijen (belastingplichtigen, fiscale dienstverleners en belastingambtenaren) een individuele convenant sluiten, mits ze ‘open kaart spelen’ en samen zoeken naar een oplossing.

De fiscus verbindt zich ertoe zijn fiscale aanpak aan te passen; dit betekent het aantal fiscale controles of vragen om inlichtingen verminderen, de fiscale bijdrage op zeer korte termijn na het versturen van de fiscale aangifte overhandigen (op minder dan een maand tijd) en één aanspreekpunt aanduiden dat elk eventueel issue beheert en tracht op te lossen. Dit systeem vermindert eveneens het risico op boetes. Daartegenover zal de onderneming haar interne fiscale controlemaatregelen en processen continu ontwikkelen en verbeteren (Tax control framework). Uiteraard verbindt de onderneming zich er ook toe de fiscale wetgeving correct toe te passen en na te leven.

De economische beroepsbeoefenaars spelen binnen dit proces een hoofdrol. Hun opdracht bestaat erin de ondernemingen bij te staan bij de invoering van deze interne procedures en ervoor te zorgen dat zij de fiscale ‘spelregels’ naleven. Voorts dienen zij hun klanten indien nodig te informeren en uitleg te verschaffen over de complexe wetgeving. Die taak wordt danig verlicht, aangezien de onderneming een fiscaal transparante omgeving zal inrichten en efficiënte procedures zal invoeren. Op die manier zal ook de relatie tussen de beroepsbeoefenaars en de fiscus verbeteren.
De Nederlandse ondernemingen die dit model hebben ingevoerd, reageren positief en zullen blijven gebruikmaken van dit horizontaal toezicht.

In België bestaat het systeem nog niet. Maar de vorige minister van Financiën Koen Geens – die de duurzame tax-cificatie gelanceerd heeft – heeft meermaals laten blijken dat hij het Nederlands model onderzocht heeft.

Zijn opvolger, minister Johan Van Overtveldt, heeft tijdens onze ontmoeting met hem bevestigd dat hij de dialoog in het kader van de duurzame tax-cificatie zal voortzetten. Binnenkort zullen we wellicht te weten komen of hij het Nederlands voorbeeld al dan niet zal volgen.

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):