Btw-boetesysteem: aan hervorming toe?

3/02/2015 - IAB

Geachte confrater,

Recent werd onze aandacht er door een aantal confraters op getrokken dat sommige cliënten een administratieve geldboete van 3 000 euro hadden opgelegd gekregen omdat zij geen of een laattijdige btw-klantenlisting hadden ingediend, zelfs ingeval dit een ‘nihil-listing’ betrof.

Mevrouw Veerle Wouters interpelleerde hierover eveneens de minister van Financiën op 16 december 2014 in de Commissie voor de Financiën. In deze mondelinge vraag (zie pp. 54-55) wordt verwezen naar het regeerakkoord, waarbij een hervorming van het btw-boetesysteem – met als uitgangspunt de goede trouw van de belastingplichtige in de plaats van de kwade trouw – in het vooruitzicht wordt gesteld.

De minister benadrukt dat het belangrijk is uit te gaan van het principe van de goede trouw bij het vastleggen van de geldboete en rekening te houden met de aard en de ernst van de overtreding. Pas wanneer de overtreding wordt begaan met de bedoeling om de belasting te ontduiken, kan de hoogste geldboete – tot maximaal 5 000 euro per overtreding – worden opgelegd. De niet-proportionele geldboeten beogen immers een ontradend effect te creëren ten opzichte van de niet-naleving van bepaalde btw-verplichtingen.

De regering is niet van plan om het systeem van de niet-proportionele geldboetes ten gronde te herzien, maar wil wel de toepassing van de proportionele btw-boetes hervormen en actualiseren. Het principe dat gehele of volledige kwijtschelding kan worden verleend, is reeds van toepassing, bijv. in geval van een spontane rechtzetting.

De minister bevestigt dat het btw-boetesysteem zal worden hervormd in overleg met de beroepsinstituten – waarbij het IAB met name wordt genoemd door de vraagsteller – en “dat er op dat vlak trouwens reeds diverse gemengde werkgroepen aan de slag zijn”.

Uit dit alles kunnen we concluderen dat het van belang is om de goede trouw van de belastingplichtige aan te tonen, indien – niettegenstaande de nodige voorzorgsmaatregelen – toch een geldboete wordt opgelegd. Er kan dan een verzoek tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de opgelegde btw-boete worden ingediend bij de Gewestelijke Directie. Het Instituut zal er bij de centrale administratie op aandringen dat dergelijke aanvragen uitgaande van zijn leden in de geest van het principe van de goede trouw zullen worden behandeld.

Op het periodieke overleg met de centrale administratie heeft het Instituut in het verleden reeds herhaaldelijk voorgesteld om kort voor de afloop van de indieningstermijn van de periodieke aangiften of de klantenlistings een (geautomatiseerde) herinnering te sturen naar de economische beroepsbeoefenaars, die hiervoor door hun cliënten werden gemandateerd. Zo kunnen de mandatarissen de gepaste acties ondernemen om de nodige verplichtingen alsnog tijdig na te komen. De administratie staat zeker niet weigerachtig tegenover dit voorstel, maar de praktische uitvoerbaarheid moet door haar nog verder worden onderzocht.

Het Instituut verwelkomt het uitgangsprincipe van de goede trouw, zoals dit zowel in het regeerakkoord als in het antwoord van de minister wordt naar voren gebracht.

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):