WCO in 2015: enorme inspanningen werden reeds geleverd … maar er is nog werk aan de winkel!

27/04/2015 - IAB

Geachte confrater,

U wordt er frequent mee geconfronteerd: door de nog steeds moeilijke economische conjunctuur ondervinden de ondernemingen, uw cliënten, dikwijls (zware) financiële moeilijkheden. Soms worden ook financieel gezonde ondernemingen meegesleurd in de moeilijkheden van anderen. Om dit laatste te voorkomen, is een zo snel mogelijke detectie van de ondernemingen in (potentiële) moeilijkheden van cruciaal belang.

Met dit voor ogen heeft de wetgever de WCO[1] – onder meer met betrekking tot de rol van de economische beroepsbeoefenaars – vrij fundamenteel gewijzigd in 2013[2]. Accountants zijn zeker in staat de moeilijkheden die een onderneming kan ondervinden in een zeer vroeg stadium te identificeren. Dit is een zeer belangrijke preventieve rol voor de externe accountants, niet enkel in het voordeel van hun cliënten – die door een snelle detectie van mogelijke bedreigingen met meer kans op succes kunnen worden gered – maar zoals hiervoor gesteld ook in dat van het brede maatschappelijk verkeer.

Omwille van deze belangrijke maatschappelijke rol die de wetgever ons heeft toevertrouwd, heeft het Instituut onmiddellijk enorme inspanningen geleverd om zijn leden terdege te informeren omtrent de rol van de externe accountants in het kader van de WCO. Voor een overzicht van deze inspanningen verwijzen wij onder meer naar het artikel in Accountancy & Tax nr. 4/2014. Deze inspanningen hebben aanleiding gegeven tot de publicatie van de Interinstitutenaanbeveling – ontstaan uit de intensieve samenwerking met het IBR en het BIBF – in Accountancy & Tax nr. 1/2015.

Maar er is nog werk aan de winkel! Het werd reeds vermeld in het voormelde artikel ‘De samenstellingsopdracht in het kader van de WCO’: de rechtspraak en de rechtsleer omtrent de draagwijdte van de toezichts- en bijstandsopdracht is momenteel niet eenduidig. Wij zijn ervan overtuigd dat dit kan worden verholpen door een betere bekendheid te geven aan de draagwijdte en de meerwaarde van de ‘samenstellingsopdracht’, vooral dan bij de objectivering van financiële overzichten in het kader van de WCO.

Ook voor de magistratuur! Daarom hebben wij samen met het IBR en het BIBF alle voorzitters van de rechtbanken van koophandel uitgenodigd voor een informatie- en overlegvergadering op 30 april 2015 in de gebouwen van het Instituut. Het opzet hiervan is om met de vertegenwoordigers van de magistratuur, van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) en van de FOD Economie de keuzes – die werden gemaakt in de Interinstitutenaanbeveling – toe te lichten, in het bijzonder deze inzake de vereiste werkzaamheden en het uit te brengen verslag. Deze ontmoeting zal ons eveneens de gelegenheid geven om meer inzicht te krijgen in de verwachtingen van de magistratuur naar onze leden toe, ook in het kader van de preventieve fase van de WCO.

Daarnaast werd in het regeerakkoord een evaluatie van de huidige WCO in het vooruitzicht gesteld. Zoals reeds eerder vermeld, zal de HREB met alle actoren die betrokken zijn bij de WCO (politiek, magistratuur, advocaten, economische beroepsbeoefenaars enz.), een initiatief nemen om deze evaluatie te maken. De hiervoor vermelde ontmoeting met de magistratuur kadert in dit initiatief en kan gezien worden als eerste aanzet tot de evaluatie van de huidige WCO.

Tot slot worden natuurlijk ook onze externe accountants in dit kader niet vergeten! Zij zijn het immers die een betere preventie en remediëring van de moeilijkheden die ondernemingen ondervinden dagdagelijks op het terrein moeten waarmaken. Hiertoe zullen allerlei middelen – al dan niet in samenwerking met andere organisaties – worden aangewend: informatievergaderingen, tools (modellen enz.), sensibiliseringscampagnes, studiedienst …

De wetgever heeft met de versterkt rol van de economische beroepsbeoefenaars in het kader van de WCO – in de eerste plaats in het belang van de ondernemingen, maar ook in dat van het maatschappelijk verkeer – haar ons vertrouwen gegeven. Wij zien het als onze maatschappelijke plicht om dit vertrouwen ook te honoreren!

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

 


[1] Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen van 31 januari 2009 (BS 09/02/2009).
[2] Wet van 27 mei 2013 (BS 22/07/2013).

Thema's:
Kernwoord(en):