Ontmoeting met de magistratuur over de WCO

19/05/2015 - IAB

Geachte confrater,

In een vorig editoriaal kondigden wij aan dat wij – samen met het IBR en het BIBF – op 30 april 2015 een informatie- en overlegvergadering met de magistratuur organiseerden in de gebouwen van het Instituut. Het opzet hiervan was om met de vertegenwoordigers van de magistratuur, van de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) en van de FOD Economie de keuzes – die gemaakt werden in de Interinstitutenaanbeveling – toe te lichten, in het bijzonder deze inzake de vereiste werkzaamheden en de uit te brengen verklaring. Deze ontmoeting gaf ons eveneens de gelegenheid om meer inzicht te krijgen in de verwachtingen van de magistratuur naar onze leden toe, ook in het kader van de preventieve fase van de WCO.

Vandaag willen wij u een bondige impressie geven van deze ontmoeting. Na het welkomstwoord en de algemene situering van het ontwerp van Interinstitutenaanbeveling door de voorzitter van het IBR, Daniel Kroes, namen respectievelijk Daniël Maes (IAB), Inge Vanbeveren (IBR) en Véronique Sirjacobs (BIBF) het woord om de totstandkoming van deze ontwerpaanbeveling en enkele punten daaruit toe te lichten. Daarna bracht de ondervoorzitter van het Instituut, Bart Van Coile, onder de titel ‘De samenstellingsopdracht in het kader van de WCO’ duiding bij de keuze die werd genomen voor de toepassing van de ISRS 4410  bij de Interinstitutenaanbeveling. Ten slotte werd de rol van de commissaris in het kader van de WCO onder de aandacht gebracht door Thierry Dupont, ondervoorzitter van het IBR. Alle aanwezigen ontvingen een informatiebundel met onder meer de presentatie ‘Ontmoeting met magistraten’, en de artikelen uit Accountancy & Tax 4/2014 en 1/2015.

Vervolgens was er ruimte voor een constructief debat, waarbij enkele belangrijke aandachtspunten door de magistraten naar voren werden gebracht. Algemeen werd de ontwerpaanbeveling positief onthaald door de magistratuur en de vertegenwoordigers van de HREB. Daarnaast was er een bijzonder aandachtspunt – dat eerder in de Interinstitutenwerkgroep werd besproken – betreffende de problematiek indien er meerdere beroepsbeoefenaars opdrachten uitvoeren in de onderneming in moeilijkheden. Eveneens werd benadrukt dat de procedure tot gerechtelijke reorganisatie vooral bedoeld is om bescherming te bieden aan de rendabele activiteiten van de onderneming – of van de levensvatbare bedrijfstak – en niet noodzakelijk aan de (rechts)persoon op zich.

Naast de andere aandachtspunten die we zeker meenemen bij de verdere toelichting van de Interinstitutenaanbeveling, noteerden wij een bijzondere oproep vanuit de magistratuur tot meer betrokkenheid van de beroepsbeoefenaars bij de ondernemingen in moeilijkheden en dan vooral in de preventieve fase.

Dat laatste is bij ons niet in dovemans oren gevallen! Ook in het aansluitend informeel gedeelte van deze ontmoeting kwam dit aspect herhaaldelijk aan bod. Wij engageren ons om deze belangrijke maatschappelijk rol, die de wetgever de economische beroepsbeoefenaars in het kader van de WCO heeft toevertrouwd, onder uw aandacht te blijven brengen. Zoals we reeds stelden in ons vorig editoriaal over de WCO: ‘er is nog werk aan de winkel!’

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut
Kernwoord(en):