4de Anti-Money Laundering: welke operationele impact op het beroep?

23/06/2015 - IAB

Geachte confrater,

De 4de Anti-Money Laundering-richtlijn (AML) 2015/849 – die in februari 2013 werd voorgesteld door de Europese Commissie, en daarna verschillende keren aangepast opdat ze homogener, harmonieuzer en efficiënter zou zijn (en waardoor ze gedeeltelijk aan substantie heeft ingeboet) – is nu realiteit. Deze richtlijn, die overigens in lijn ligt met de goedkeuring van de nieuwe FAG-aanbevelingen in 2012, is op 20 mei 2015 verschenen in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Wat staat er in de richtlijn?

Wat is het verschil tussen de derde AML-richtlijn en de vierde? Wat is er nieuw? Zichtbare veranderingen? Bewustwording? Dit behoeft een breed en genuanceerd antwoord.

Vooreerst en voor zover nog nodig: een bevestiging! De risicogeoriënteerde aanpak, die al zeer uitvoerig omgezet werd in het Belgisch recht door de wet van 18 januari 2010, wordt verder versterkt. In twee woorden: verschillend cliëntenonderzoek (verscherpt, vereenvoudigd) in functie van de risicogevoeligheid van de cliënt (laag/hoog) op basis van risicofactoren. We noteren ook dat in de bijlagen van de richtlijn twee niet-limitatieve lijsten van factoren en soorten bewijs van potentieel lager risico (bijlage II) en van potentieel hoger risico (bijlage III) worden opgenomen.

Voorts zullen een hele reeks verduidelijkingen – waaronder een paar nieuwigheden – allicht nieuwe praktische vragen doen rijzen. We lichten hieruit twee voorbeelden (merk op dat er nog een hele reeks andere zijn):

  • Transparantie van rechtspersonen: elke lidstaat moet verplicht een centraal register bijhouden dat de uiteindelijke begunstigden van de vennootschappen en andere juridische entiteiten, zoals trusts, bevat: naam, geboortedatum, nationaliteit, land van woonst, economische belangen van de uiteindelijke begunstigde in de rechtspersoon;
  • Identificatie (en verificatie door middel van adequate procedures): wanneer de identificatie betrekking heeft op de PPP’s, dan wordt die verplichting veeleisender aangezien ze de systematische toepassing van het verscherpt cliëntenonderzoek voor politiek prominente personen oplegt. Dit geldt zowel voor PPP’s op nationaal niveau als voor diegene die in internationale organisaties werken.

Naast de verstrenging van de administratieve boetes, kunnen we een andere nieuwigheid in de toegenomen strijd tegen het witwassen van geld niet onvermeld laten, met name de uitdrukkelijke inclusie van de fiscale misdrijven in de lijst van de primaire witwasmisdrijven. Dit feit is volledig in overeenstemming met de FAG-aanbevelingen. Evenwel heeft dit op zich geen directe gevolgen voor het Belgisch recht, omdat het misdrijf ‘ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd’ reeds een belangrijk onderdeel vormt van het Belgisch preventief antiwitwasapparaat.

Wat nu?

U herinnert zich allicht nog dat de omzetting van de derde AML-richtlijn in het Belgisch recht vertaald werd in de  preventieve antiwitwaswet van 18 januari 2010, die een hele omwenteling inhield. De impact van deze vierde richtlijn zal daarom in verhouding misschien minder groot zijn, ook al geeft ze meer verantwoordelijkheden aan de lidstaten in die zin dat deze zelf een aantal structurele principes kunnen vaststellen in hun eigen wetgeving.
 
Wij veronderstellen dat de omzetting zeer snel – lees: vóór de termijn van twee jaar – zal afgerond zijn. Reden? Op die manier kan België een reeks ‘technische gebreken’ in het Belgische preventief apparaat, die door het vierde evaluatieverslag van de FAG aan de kaak worden gesteld, snel corrigeren.

Op de uitkijk!

Wij hebben alvast laten weten dat we graag betrokken worden in het implementatieproces in het kader van een toekomstige gouvernementele werkgroep. U mag er verzekerd van zijn dat wij dit dossier van heel nabij opvolgen en wij houden u regelmatig op de hoogte van de stand van zaken.

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's: Beroep > Het Instituut;Fiscaliteit -> Antiwitwaswetgeving en anti-misbruik;Beroep > Deontologie
Kernwoord(en):