Uitbesteding van bepaalde fiscale diensten

13/10/2015 - IAB

Geachte confrater,

In de werkgroep Tax-cificatie – waarin de vertegenwoordigers van de Instituten, de FOD Financiën, het kabinet van de minister van Financiën en verschillende beroepsorganisaties als Unizo, UCM en VBO zetelen – ijveren wij voor een bescherming van de belangen van onze leden en voor een verbetering van de uitoefening van ons beroep.

Eén van onze voorstellen is om de ondernemingen de vrijheid te geven om hun fiscale verplichtingen zelf na te leven, maar dat er verplicht een beroep moet worden gedaan op een erkende beroepsbeoefenaar zodra ze die verplichtingen wensen uit te besteden. Op die manier kunnen de ondernemingen of de beroepsorganisaties zelf hun fiscale aangiften indienen en zelf hun fiscale verrichtingen uitvoeren. Maar zodra ze hun fiscale aangelegenheden (indienen van fiscale aangiften, fiscaal advies inwinnen of verdediging in fiscale geschillen) willen uitbesteden, dan vragen we dat er een beroep wordt gedaan op een erkende beoefenaar van een juridisch, boekhoudkundig of fiscaal beroep.

Wanneer bepaalde fiscale opdrachten worden voorbehouden aan de erkende beroepsbeoefenaars ‒ die garanties kunnen bieden op het vlak van knowhow, ervaring en opleiding ‒ zou de dienstverlening aan klanten immers verbeteren. Bovendien zou de klant dan van een maximale rechtszekerheid kunnen genieten. We blijven overigens herhalen dat de erkende leden onderworpen zijn aan deontologische verplichtingen, aan de antiwitwaswetgeving en aan een kwaliteitstoetsing. Hun beroepsethiek staat immers borg voor kwaliteit en rechtschapenheid.

Volgens ons voorstel zouden volgende activiteiten tot de voorbehouden opdrachten behoren: de vennootschapsbelasting, btw en Deel II van de personenbelasting (voor zover dat deel betrekking heeft op de bestuurder van de vennootschap).

Het moet weliswaar duidelijk zijn dat belastingconsulenten die werkzaam zijn binnen een onderneming of een groep nog steeds fiscale activiteiten kunnen blijven uitvoeren en hun bestuurder, aandeelhouders of medewerkers bijstaan. Wij baseren ons daarvoor op dezelfde logica die in 1985 gehanteerd werd voor accountants (wet van 21 februari 1985).

Ondernemingen die tot éénzelfde groep behoren worden dus niet verplicht om voor alle fiscale activiteiten binnen die groep een beroep te doen op een erkende beroepsbeoefenaar. Zij kunnen er zelf voor kiezen om al dan niet een beroep te doen op een erkend extern lid. Wanneer er binnen de onderneming echter geen enkele fiscale dienst bestaat, dan zou een uitbesteding van de fiscale begeleiding aan een erkende beroepsbeoefenaar overwogen moeten worden.

Wij beschikken alvast over de steun van een aantal beroepsverenigingen. Andere die vandaag twijfelen, trachten we nog steeds te overtuigen. Het IAB is in ieder geval bereid om dit debat aan te gaan. Elk standpunt hierover wordt natuurlijk ter harte genomen.

 

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's:
Kernwoord(en):