Hervorming vennootschapsbelasting: stand van zaken

17/11/2016 - IAB

Geachte confrater,

Het voorstel tot hervorming van de vennootschapsbelasting dat de minister van Financiën in een neutraal budgettair kader wil doorvoeren, heeft de laatste maanden tot heel wat discussie geleid. Er bestaan heel wat versies, maar de concrete voorstellen zijn niet altijd even duidelijk. Het staat vast dat de hervorming vanuit een eenvoudig idee vertrekt: de minister wil de nominale belastingtarieven tegen 2020 in drie fasen verlagen tot 20 % en tegelijk een aantal bestanddelen van de belastbare grondslag en andere fiscale aftrekmogelijkheden herzien. Daarmee wil hij de noodzakelijke winstmarges behalen, rekening houdend met de strengere Europese regels. Hoever staat die hervorming precies? Nu onderzoekt de regering welke maatregelen ze kan doorvoeren om investeringen in kmo’s en startups te bevorderen en op welke manieren meerwaarden op aandelen belast kunnen worden.

Door dit uitstel kan afstand genomen worden van de discussies en kunnen nieuwe standpunten gevormd worden op basis van nieuwe referentieteksten. Als het om fiscale hervormingen gaat, moet de reflectie overigens per definitie rekening houden met politieke, economische, sociologische en ethische overwegingen. Naar het voorbeeld van het advies van de Hoge Raad voor Financiën, De vennootschapsbelasting in een Post-BEPS-omgeving willen we uw aandacht vestigen op twee recent gepubliceerde referentiedocumenten: 

Europa spant zich al jaren onophoudelijk in in de strijd tegen fraude en belastingontwijking en streeft naar meer  fiscale transparantie. Een greep uit de maatregelen: einde van het bankgeheim in Europa, automatische uitwisseling van rulings tussen administraties, de richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking of nog de lijst van de niet-coöperatieve fiscale jurisdicties (in voorbereiding).

Op dit moment bestudeert de Europese commissie de hervorming op de harmonisoring van de Europese belastingregels. De EC wil een oud voorstel van 2011 dat door bepaalde lidstaten meerdere malen werd afgewezen, vrij snel concretiseren. Dat komt neer op een invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (Common Consolidated Corporate Tax Base, CCCTB).  Daarmee wil de EC in heel de Unie dezelfde berekeningsregels van het belastbaar resultaat van vennootschappen toepassen en dezelfde regels creëren voor de consolidatie van de winsten en verliezen binnen een onderneming. Als enige uitzondering zou het tarief van de vennootschapsbelasting in elke lidstaat de bevoegdheid van de lidstaten zelf blijven.

Als het voorstel wordt aangenomen, zou dat betekenen dat de vennootschappen die dochtermaatschappijen bezitten in Europa nog slechts één belastingaangifte zouden moeten indienen voor al hun activiteiten, terwijl er nu evenveel belastingstelsels als staten bestaan. Die nieuwe regeling zal verplicht zijn voor de grote multinationals, die het best in staat zijn om aan agressieve fiscale planning te doen. Dat garandeert dat vennootschappen met een totale omzet van meer dan 750 000 miljoen euro per jaar zullen worden belast waar ze hun winst behalen. De 500 grote ondernemingen die daarbij in het vizier komen, zouden ook jaarlijks een verslag moeten publiceren waarin ze per lidstaat hun winst en de verschuldigde en betaalde belasting vermelden.

Dit document gaat duidelijk veel verder dan louter de vennootschapsbelasting. Deze ‘taxation working paper’ is van de hand van OESO-deskundigen en doet een poging om de voorwaarden vast te stellen van een meer doeltreffende en rechtvaardige fiscaliteit. Er worden verschillende types van acties voorgesteld om daar via een optimale combinatie van meerdere sleutelfactoren in te slagen.

Met confraternele groeten,

   Bart Van Coile  Benoît Vanderstichelen
   Ondervoorzitter  Voorzitter

Thema's:
Kernwoord(en):