Aanslag van ambtswege. Bent u aansprakelijk?

27/01/2015 - Tom Kloeck - Juridische dienst IAB

U hebt namens uw cliënt niet of slechts te laat een belastingaangifte ingediend en u wordt vervolgens geconfronteerd met een aanslag van ambtswege. Bent u daarvoor aansprakelijk? En zo ja, op welk vlak?

In een recent nummer van Accountancy & Tax werd reeds een grondige uiteenzetting gegeven over de toenemende contractuele, buitencontractuele en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. In dit artikel werden de tuchtrechtelijke aspecten van de aansprakelijkheid echter niet behandeld.

Dit artikel heeft niet tot doel om in extenso in te gaan op alle aspecten van de aansprakelijkheid van de accountant en/of de belastingconsulent in geval van een aanslag van ambtswege, doch enkel om volgende krachtlijnen nogmaals te benadrukken. Er zal alleen ingegaan worden op de contractuele en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van de accountant en/of de belastingconsulent.

Contractuele aansprakelijkheid

Het tijdig indienen van een belastingaangifte maakt het voorwerp uit van een lastgevingsovereenkomst tussen de accountant en zijn cliënt, en vormt een resultaatsverbintenis voor de accountant.[1] De lastgevingsovereenkomst wordt beheerst door artikelen 1984 tot 2010 BW. Net als bij een buitencontractuele aansprakelijkheidsvordering op grond van artikel 1382 e.v. BW dienen ook hier fout, schade en het causaal verband tussen beide te worden aangetoond.[2]

De niet-uitvoering van de resultaatsverbintenis door een laattijdige indiening van een belastingaangifte volstaat om de fout en dus in de praktijk meestal ook de aansprakelijkheid van de accountant vast te stellen, behoudens bewijs van overmacht of vreemde oorzaak.[3]

Opdat de cliënt een schadevergoeding zou kunnen vorderen, dient hij echter wel zijn schade aan te tonen.[4] In het geval dat de aanslag van ambtswege lager zou uitvallen dan een tijdig ingediende belastingaangifte, kan de cliënt dus geen schade aantonen en zal de accountant geen schadevergoeding verschuldigd zijn.

Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid

Zelfs wanneer de cliënt geen schade zou kunnen aantonen en de accountant geen schadevergoeding verschuldigd zou zijn, dan betekent dat niet dat de accountant niet meer tuchtrechtelijk aansprakelijk gesteld zou kunnen worden.
 
Zelfs wanneer een accountant dus bij gebrek aan bewezen schade niet contractueel aansprakelijk gesteld kan worden, kan hij nog altijd een tuchtstraf opgelegd krijgen.

Op grond van artikel 3 van het KB van 1 maart 1998 tot vaststelling van het reglement van plichtenleer der accountants is iedere accountant ertoe gehouden om elke handeling of houding te vermijden die in strijd is met de waardigheid, de rechtschapenheid of de kiesheid. Het niet-nakomen van de verplichting om tijdig een belastingaangifte namens een cliënt in te dienen maakt dus een schending uit van de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid.

Krachtens artikel 16, 1ste lid van datzelfde KB moet de accountant zijn opdrachten steeds gewetensvol en met de vereiste zorg uitvoeren. Deze verplichting wordt duidelijk geschonden wanneer hij/zij zijn opdracht niet (tijdig) uitvoert. Bij de bepaling van de strafmaat zal het feit dat de cliënt schade geleden heeft een verzwarende omstandigheid uitmaken.[5]

Volgens artikel 5, § 2 van de wet van 22 april 1999 betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten kan de Raad van het Instituut ook ambtshalve beslissen een accountant en/of een belastingconsulent naar de Tuchtcommissie te verwijzen.[6]

Wisselwerking tussen contractuele en tuchtrechtelijke aansprakelijkheid

Een tuchtrechtelijke veroordeling kan een (bewijs)element zijn waarop gesteund wordt bij een vordering tot aansprakelijkheid.[7] De burgerlijke rechter is echter niet verplicht om de contractuele aansprakelijkheid vast te stellen wanneer de Tuchtcommissie de accountant reeds tuchtrechtelijk veroordeeld heeft.[8] Het is niet omdat de Tuchtcommissie zou oordelen dat een daad of nalatigheid van de accountant in strijd is met de eerbaarheid, de waardigheid of de kiesheid van het beroep, dat deze daad of nalatigheid ook een fout uitmaakt op grond waarvan de accountant contractueel aansprakelijk gesteld kan worden.

Omgekeerd zijn de tuchtorganen wel gebonden door het gezag van gewijsde dat verbonden is aan een burgerlijke uitspraak, doch slechts voor hetgeen de burgerlijke rechter ‘zeker en noodzakelijk’ beslist heeft met betrekking tot de feiten. De tuchtorganen oordelen immers volledig onafhankelijk met betrekking tot de deontologische kwalificatie en de opportuniteit van het opleggen van een tuchtmaatregel.[9] De tuchtorganen zijn echter niet verplicht om een uitspraak van de burgerlijke rechter af te wachten alvorens zelf te oordelen.[10]

Hoe voorkomt u uw aansprakelijkheid?

De hypothese waarbij er discussie zou kunnen ontstaan over het al dan niet aansprakelijk zijn van de accountant bij het niet-tijdig indienen van een belastingaangifte ‒ met een aanslag van ambtswege tot gevolg ‒ is de volgende. Indien de cliënt pas op het laatste moment de nodige stukken bezorgt en het nog weinig waarschijnlijk is dat de beroepsbeoefenaar over voldoende tijd beschikt om de wettelijke termijn voor de indiening van de aangifte na te leven, dient de vraag gesteld te worden of hij nog aansprakelijk gesteld kan worden.[11]

De verbintenis om een aangifte tijdig in te dienen, vormt immers een essentiële verplichting en heeft de aard van een resultaatsverbintenis.[12] De beroepsbeoefenaar zou aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het niet-tijdig indienen van een belastingaangifte, wanneer hij niet het schriftelijk bewijs kan voorleggen dat hij zijn cliënt ervoor gewaarschuwd heeft om tijdig de nodige stukken bij te brengen.[13]

Als beroepsbeoefenaar dient u dus uw cliënt duidelijk in kennis te stellen van het feit dat u niet in staat zal zijn om de aangifte binnen de termijn in te dienen als de gevraagde stukken niet in uw bezit zijn. U dient minstens te laten akteren dat de verbintenis tot het tijdig indienen van de belastingaangifte gezien de omstandigheden als een inspanningsverbintenis dient te worden beschouwd. Er is immers geen enkele reden waarom de partijen niet contractueel het karakter van een verbintenis zouden kunnen vastleggen.[14] Ter zake kan worden verwezen naar de aanbeveling van de Raad van het IAB dd. 8 juni 1998 aan zijn leden om met de cliënt een opdrachtbrief op te stellen, die de wederzijdse plichten van de cliënt en van de accountant en de te respecteren termijnen duidelijk bepaalt.[15]

Het komt er dus op aan om zelf kort op de bal te spelen, actief contact op te nemen met een nalatige cliënt en ervoor te zorgen dat er hiervan schriftelijke bewijsstukken bestaan om u tegen uw eigen aansprakelijkheid te beschermen.

Ook op tuchtrechtelijk vlak is het nuttig schriftelijke bewijsstukken te kunnen voorleggen.
Want eerder oordeelde de Tuchtcommissie al dat een loutere mondelinge bewering van de accountant, dat de laattijdige aangifte ‒ die een aanslag van ambtswege tot gevolg had ‒ te wijten zou zijn aan de cliënt die niet de nodige informatie verschafte niet voldoende is.[16]

 


 

[1] Rb. Kortrijk 17 oktober 1974, Fiskofoon 1976, nr. 6, 43-44; P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 9; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 230; W. Goossens, Aanneming van werk: Het gemeenrechtelijk dienstencontract, Brugge, die Keure, 2003, 159; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 3-4 en 7; J. Bonte, “De accountant in fiscale materies”, DAOR 1990, afl. 15, 47-59; A. Van Oevelen, “De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de belastingconsulent”, Fiskofoon 1987, 179.
[2] Gent, 26 februari 1981, RW 1982-83, 439; Brussel 18 februari 1947, RGAR 1947, nr. 4009; P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 11; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 236; ; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 5.
[3] Rb. Luik, 8 mei 2003, Fiscoloog 2003, nr. 897, 1 e.v. ; P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 10; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 237; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 6.
[4] Rb. Leuven, 27 juni 2003; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 241; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 10; A. Van Oevelen, “De civielrechtelijke aansprakelijkheid van de belastingconsulent”, Fiskofoon 1987, 174.
[5] Commissie van Beroep, 24 maart 1995, nr. 243F/1993/127; Tuchtcommissie, 26 november 1996, 95110115md; Tuchtcommissie, 2 april 1996, nr. 96030171 ILP; Tuchtcommissie, 23 maart 1994, nr. 243/F/1993/127; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 50.
[6] Tuchtcommissie 14 oktober 2009 (Franstalige Kamer), Jaarverslag IAB 2009, 34-35.
[7] J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 209 en 240; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 9; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 19; F. Goffin, J.C. Troussel, “Les responsabilités de l’expert-comptable”, Seminarie 1988/89, 18 februari 1989, nr. 17, 27; P. Van Ommeslaghe, “Développements récents de la responsabilité civile professionnelle en matière économique”, Rev. b. compt. 1981/2, 3.
[8] Brussel 7 november 1985, JT 1986, 371; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 208; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 9 en 27; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 18; P. Lemmens, “Het tuchtrecht van de gerechtsdeurwaarder”, De Gerechtsdeurwaarder 1996/4, 58; A. Van Oevelen, “De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de accountant – vervolg”, T. Acc. 1991, 7.
[9] Tuchtcommissie IDAC, nr. 197/F/992/104; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 209; A. Mast, e.a., Overzicht van het Belgisch Administratief Recht, Mechelen, Kluwer, 2012, 272-273; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 27; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 19.
[10] Cass. 15 oktober 1987, RW 1987-88, 992; RvSt 17 mei 1989, nr. 32.611, TBP 1990, 73; J. De Blay, Deontologie, Mechelen, Kluwer, 2013, 209; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 27; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 19; J. Godefroid, “De bedrijfsrevisor en de tuchtregeling” in X., Bronnen van aansprakelijkheid van de revisor, IBR, 1996, 154; J. Sace, “Autonomie de l’action disciplinaire”, Rev. Dr. ULB 1991, 25.
[11] P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 10; N. Auvertin, T. Afschrift, “La responsabilité professionnelle de l’expert-comptable et du conseil fiscal vis-à-vis du client”, Rev. b. Compt. 2003/4, 25;
[12] Rb. Leuven, 27 juni 2003, zoals samengevat en geannoteerd in G. Lenaerts, “Rechtbanken oordelen streng over aansprakelijkheid boekhoudkundige beroepen”, Pacioli 2004, nr. 161, 1; Rb. Kortrijk 17 oktober 1974, Fiskofoon 1976, nr. 6, 43-44; P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 11.
[13] Brussel, 14 april 1987, FJF 1987, nr. 87, 127; Bergen, 17 februari 1987, RDC 1988, 167; Tuchtcommissie, 22 november 1996, nr. 281/F/1995/146; P.-F. Coppens, “Aansprakelijkheid van de economische beroepsbeoefenaar in fiscale zaken”, Accountancy & Tax 2014/3, 12; R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 4; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 51.
[14] R. Devloo, “De aansprakelijkheid van de accountant en de belastingconsulent. Nieuwe aspecten”, De Belg. Acc. 2000/1, 7.
[15] X., Vademecum van de accountant en de belastingconsulent, Mechelen, Kluwer, 2004, 599; X., “De contractuele relatie tussen de externe accountant en zijn cliënt: belangrijke aanbevelingen van de Raad”, IDAC-info, 10 juli 1998, 13/3.
[16] Tuchtcommissie, 24 september 1996, nr. 96100187md; B. Tilleman, “Het tuchtrecht van het IDAC: een overzicht van rechtspraak”, De Belg. Acc. 1998/3, 51.

Thema's:
Kernwoord(en):