Liquidatiereserve en onderneming in vereffening

23/09/2015 - Pierre-François Coppens - Studiedienst IAB

We ontvingen van meerdere leden de vraag of een vennootschap die in vereffening zit of die nog actief is maar waarvan de bestuurder op korte termijn wil vereffenen nog kan genieten van het fiscaal stelsel rond de liquidatiereserve.

Is er overigens een termijn die moet worden nageleefd tussen het moment waarop de liquidatiereserve wordt geboekt en de datum waarop de vennootschap vereffend wordt?

Sinds het aanslagjaar 2015 kan een kmo-vennootschap een gedeelte of het geheel van zijn boekhoudkundige winst na belasting aanleggen in de liquidatiereserve mits een bijzondere heffing van 10 % betaald wordt.

De verdeling van deze reserve onder de aandeelhouders bij de vereffening van de vennootschap is vrijgesteld van belasting.

Indien de vennootschap beslist om de dividenden voortvloeiend uit deze reserve uit te keren, dan worden die belast aan 5 of 15 %, afhankelijk van het moment van de uitkering: voor of na de termijn van 5 jaar te rekenen vanaf de laatste dag van het jaar waarin de reserve geboekt werd.

De wet van 24 juli 2015 heeft dit fiscale gunsttarief uitgebreid naar de aanslagjaren 2013 en 2014.

Kan dit fiscaal stelsel ook worden toegepast op de ondernemingen in vereffening? De minister van Financiën heeft positief geantwoord op deze vraag (Integraal verslag, Commissie voor de Financiën en de Begroting, 1 april 2015, nr. CRIV 54 COM 138, p. 13): een vennootschap in vereffening kan een liquidatiereserve aanleggen, mocht ze belastbare winsten realiseren tijdens de duur van haar vereffening. Om hiervan maximaal gebruik te maken, wordt er aangeraden om de vennootschap ten vroegste begin 2016 te vereffenen. 
Let wel: de minister merkt op dat deze tolerantie “onverminderd de toepassing van de algemene antimisbruikbepaling en overeenkomstig de wettelijke bepalingen” kan plaatsvinden.

Dat laatste betekent dat een vennootschap definitief haar activiteiten moet stopzetten; de oprichting van een nieuwe vennootschap met hetzelfde maatschappelijk doel gedurende een korte periode na de vereffening kan als fiscaal misbruik worden beschouwd. Diezelfde activiteit uitoefenen als natuurlijke persoon (in plaats van als vennootschap) is volgens ons sterk af te raden.

De fiscus kan in beide gevallen een bijkomende heffing van 15 % ten laste van de bestuurder van de ontbonden vennootschap opeisen, wat maakt dat de totale heffing op 25 % (10 % + 15 %) komt te staan. Dat komt dan overeen met de huidige roerende voorheffing op de liquidatieboni. Daarbij komt nog dat er mogelijk een belastingvermeerdering of een nalatigheidsinterest wordt toegepast.

Dat is dus goed nieuws voor wie zijn vennootschap zou willen vereffenen.

Thema's:
Kernwoord(en):