Werken uitgevoerd door een vennootschap-vruchtgebruikster en voordeel in natura

4/02/2016 - Pierre-François Coppens - Belastingconsulent

Steeds vaker beweert de administratie dat de werken uitgevoerd door een vennootschap die het vruchtgebruik heeft van een gebouw, juridisch als grove herstellingen in de zin van de artikelen 605 en 606 van het Burgerlijk wetboek moeten worden aangemerkt. De administratie wordt daarin gevolgd door bepaalde rechtspraak.

Omdat dergelijke kosten normaal ten laste van de naakte eigenaar vallen, besluit de administratie daaruit dat de zaakvoerder/naakte eigenaar een belastbaar voordeel in natura heeft genoten.

De rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen besliste in een vonnis van 26 juni 2015 daarom dat werken, zoals vloerisolatie, een nieuwe centrale verwarmingsinstallatie, nieuwe radiatoren, een nieuwe dekvloer en nieuwe ramen, beschouwd worden als grove herstellingen en niet als onderhouds- of herstellingswerken. De rechtbank bevestigde de belasting van het voordeel ten name van de zaakvoerder.

Wij willen het hier niet hebben over de deugdelijkheid van deze ongetwijfeld bekritiseerbare juridische kwalificatie. Maar wij betwisten wel dat er sprake kan zijn van enig voordeel op het tijdstip dat dergelijke werken worden ondernomen. Een voordeel van alle aard is immers pas belastbaar bij verkrijging daarvan, met name op het tijdstip dat het voordeel wordt verkregen. Dat volgt uit de tekst van artikel 31, lid 2, 2° WIB, maar ook uit constante rechtspraak.

Het Hof van Cassatie heeft zich over deze kwestie uitgesproken in een arrest van 16 januari 2003 inzake de toekenning van aandelenopties (oud stelsel) aan de werknemers van de in het geding zijnde onderneming. De vraag was op welk tijdstip het voordeel belastbaar was. Het Hof besliste dat, om na te gaan of een werknemer een belastbaar voordeel van alle aard in de zin van artikel 26 WIB (thans artikel 31, lid 2, WIB 92) ontvangt, men zich op het tijdstip van de toekenning van de optie moet plaatsen. De eventuele winst die de werknemer behaalt op het tijdstip dat hij een optie uitoefent, is het gevolg van de waardeschommelingen van de aandelen en niet de opbrengst van de arbeid verricht in dienst van zijn werkgever of verkregen krachtens de arbeidsovereenkomst. De fiscus mocht de werknemers niet belasten op het tijdstip waarop de optie werd gelicht, zoals hij gedaan heeft.

Daarenboven moeten de bezoldigingen (dus met inbegrip van de voordelen van alle aard die de aard van bezoldigingen hebben), overeenkomstig artikel 360 WIB en artikel 204, 3°, b KB/WIB, verbonden worden aan het belastbaar tijdperk waarin zij zijn betaald of toegekend. Dat betekent met andere woorden dat zij belastbaar worden wanneer zij worden betaald of toegekend. Wat inzonderheid de anders dan in geld verkregen voordelen van alle aard betreft, blijkt uit de samenlezing van voormelde bepalingen dat er enkel sprake is van een belastbare toekenning wanneer de genieter daadwerkelijk een voordeel verkrijgt waarover hij kan beschikken.

Wanneer wij deze beginselen toepassen op de vruchtgebruikdossiers, menen wij dat er geen sprake kan zijn van een belastbaar voordeel ten name van de naakte eigenaar op het ogenblik dat de werken worden uitgevoerd, maar enkel bij het verstrijken van het vruchtgebruik. Tijdens de duur van het vruchtgebruik beschikt de vennootschap immers over een opstalrecht dat gepaard gaat met het vruchtgebruik. Dat wordt ook een accessoir opstalrecht genoemd. Dat betekent dat de vennootschap, krachten dat opstalrecht, de eigenaar blijft van de uitgevoerde werken tot op het ogenblik dat het vruchtgebruik verstrijkt, op welke datum natrekking ten gunste van de naakte eigenaar plaatsvindt. Dat betekent ook dat, als er eventueel een voordeel moet worden belast, dat pas het geval is op het tijdstip waarop de naakte eigenaar ten volle over de uitgevoerde werken kan beschikken, en niet op de datum van de voltooiing ervan.

Het is trouwens helemaal niet zeker dat er een voordeel zal worden behaald, want in de akte tot vestiging van het vruchtgebruik kan worden bepaald dat de naakte eigenaar een vergoeding verschuldigd is aan de vennootschap of de zaakvoerder kan bij het verstrijken van het vruchtgebruik, uit eigen beweging, een vergoeding aan de vennootschap betalen.

Maar tijdens de duur van het vruchtgebruik een voordeel van alle aard bij de zaakvoerder belasten, is onzes inziens, voortijdig en in strijd met de fundamentele beginselen van de belasting van voordelen van alle aard in het fiscaal recht.

Thema's:
Kernwoord(en):