Wet ter bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties: intrestvoet eerste semester 2003 en maximumbedrag redelijke schadeloosstelling

20/02/2003 -

De wet betreffende de bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties stelt dat, tenzij partijen het anders overeenkomen,  handelstransacties (door de wet ruim gedefinieerd) voortaan moeten worden betaald binnen een termijn van 30 dagen. Gebeurt dat niet, dan heeft de schuldeiser in principe "van rechtswege en zonder ingebrekestelling, recht op de betaling van een interest tegen de referentie-interestvoet vermeerderd met zeven procentpunten en afgerond tot de hogere halve procentpunt" (art. 5 Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, BS, 7 augustus 2002 (1e ed.)).

De referentie-intrestvoet in kwestie is de rentevoet die de Europese Centrale Bank (ECB) op 30 juni en 31 december hanteert. Minister Verwilghen berekende in de Commissie voor de Justitie dat, vermits de rentevoet van de ECB momenteel 2, 85 % bedraagt, de verwijlintrest voor het eerste semester van 2003 10% beloopt. Hij zal er bij de Minister van Financiën op aandringen dat dit cijfer in de toekomst zo snel mogelijk na de respectievelijke vervaldata in juni en december wordt gepubliceerd in het Staatsblad, zoals dat is voorzien in het artikel 5, 2e lid van de wet.

De Minister van Justitie liet verder weten dat er nog geen overeenstemming werd bereikt over het maximumbedrag van de "redelijke schadeloosstelling" waarop de schuldeiser bovendien recht heeft (art. 6 van de wet). Er werd dan ook beslist om voorlopig geen koninklijk besluit tot vaststelling van dat maximumbedrag uit te vaardigen maar de rechtspraak zich op dit punt te laten vormen.

Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, BS, 7 augustus 2002 (1e ed.).

Kamer, Commissie voor de Justitie, Beknopt Verslag, nr. 937, 13 januari 2003, 5 e.v.

Thema's:
Kernwoord(en):