Kleine steekproeven resulteren niet in grote statistieken…

16/12/2008 -

Een recent persbericht van Kluwer brengt verslag uit van een online enquête die door Kluwer werd uitgevoerd “bij 420 beoefenaars van het cijferberoep tussen 2 en 14 oktober.” Uit de bewoordingen van de conclusies van dit persbericht blijkt onder meer dat “de belastingadviseurs en accountants blijven worstelen met de witwaswetgeving. Zes op de tien cijferberoepers blijven hun klant adviseren en stappen niet naar de bevoegde instanties als ze in contact komen met een witwasdossier. De wetgeving schrijft nochtans voor dat in een dergelijk geval de cijferberoeper het dossier moet melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI)”.

Het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten stelt zich ernstige vragen bij de relevantie van een dergelijke bewering. Behalve het feit dat geen enkele garantie kan worden gegeven betreffende de representativiteit van de staal, lijkt ons dat er ook en vooral  verschillende methodologische gebreken zijn die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de voorgestelde resultaten.

  • Vage definitie van het onderwerp. De benaderingswijze op zich was interessant en had geen bijzondere problemen aan de orde moeten stellen, doch in een zo technische en symbolisch geladen materie, zou het passend geweest zijn om vooraf de moeite te nemen om de krachtlijnen en de finaliteit correct in te schalen. Het getuigt immers van gezond verstand om het terrein duidelijk en uitdrukkelijk af te bakenen, als men doeltreffend wil peilen naar de toepassing van een bepaalde regeling door de betrokken personen en instellingen, en zelfs naar een houding, naar een gedrag in een bepaalde situatie. In voorkomend geval, had vooraf en ondubbelzinnig moeten worden vermeld dat de vragen betrekking hebben op het witwassen van geld, zoals dit begrip is gedefinieerd in de zin van artikel 3 van de Wet van 11 januari 1993. Wat onbetwistbaar niet werd gedaan.
  • Te algemene, vage vragen, opgesteld zonder enig gewag te maken van de precieze technische termen, aan de hand waarvan de beschouwde situatie duidelijk had kunnen worden geïdentificeerd;
  • Te beperkte en stereotiepe keuze van voorgestelde antwoorden;
  • Extensieve en ongegronde conclusies.

Lijnrecht tegen deze beweringen in, wil het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten met klem benadrukken dat de accountants en belastingconsulenten de verplichtingen van de Wet van 11 januari 1993 nakomen: identificatie van de cliënten – bestendige waakzaamheidsplicht – verplichting tot het bewaren van gegevens – verplichting tot opleiding van het personeel – meldingsplicht bij de CFI.

  • Enerzijds omdat zij op de hoogte zijn gebracht van de verplichtingen die moeten worden nagekomen en van de te volgen handelwijzen in geval de bepalingen van de Wet van 11 januari 1993 daadwerkelijk moeten worden toegepast. De talrijke artikels die werden gepubliceerd, de studiedagen die werden georganiseerd, de nakende ingebruikneming van een onlinerubriek “witwassen” op de website van het Instituut, en zeker de bekommernis om de evolutie van het wetsontwerp tot omzetting van de derde antiwitwasrichtlijn in het Belgisch recht van zo nabij mogelijk op te volgen, getuigen van de wil om de leden van het Instituut snel en afdoend te informeren, en dit in toepassing van de begeleidings- en toezichtsopdracht die de Wet van 22 april 1999 het Instituut oplegt.
  • Anderzijds omdat de accountants en belastingconsulenten zich er terdege bewust van zijn dat het behoud, en zo mogelijk de toename van de operationele kwaliteit en efficiëntie van het stelsel inzake de opsporing van de ernstige en georganiseerde fiscale fraude afhankelijk is van een rigoureuze omkadering van de beroepsverplichtingen en de deontologische gedragingen van waakzaamheid waartoe ze gehouden zijn.

Gebaseerd op algemene, vage vragen en zonder het toepassingsgebied en de context ervan precies af te bakenen, kon de enquête enkel tot foutieve conclusies leiden, wat wij betreuren.

Na vaststelling van die onnauwkeurigheden kon het IAB, in akkoord met uitgeverij Kluwer, niet anders dan fors reageren door de publicatie van een persbericht tot rechtzetting.

Na bespreking met het IAB, neemt Kluwer akte van de opmerkingen die het Instituut formuleert over het gedeelte van de enquête betreffende het witwassen van geld. Kluwer begrijpt en respecteert de argumenten van het IAB ter zake. Indien aan deze enquête een gevolg wordt gegeven, zal Kluwer het IAB uitnodigen om deel te nemen aan de uitwerking ervan. Dit kadert in de professionele samenwerking die Kluwer de laatste jaren heeft opgebouwd met de Instituten.

Thema's:
Kernwoord(en):