Strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme: grondige herziening van het preventieve stelsel…

5/02/2010 - Roger Lassaux

Als extern accountant en/of belastingconsulent weet u ongetwijfeld dat u volledig onderworpen bent aan de bepalingen van de Wet van 11 januari 1993. Dit wetgevend kader, dat de ruggengraat van het preventieve luik van het antiwitwasstelsel in België uitmaakt, werd grondig herzien door de Wet van 18 januari 2010 tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen.

Hoewel deze wijzigingen belangrijk zijn, aangezien ze zowel betrekking hebben op de identificatie- en de waakzaamheidsplicht als op de meldingsplicht, bent u er al vertrouwd mee, omdat er de laatste maanden artikels en standpunten aan werden gewijd en er commentaar op werd gegeven tijdens onze roadshow doorheen de provincies. Dat neemt niet weg dat de praktische modaliteiten van de verplichtingen voorzien in hoofdstuk II van de Wet van 11 januari 1993 in de loop van de komende maanden door het Instituut zullen moeten worden toegelicht in het raam van een beroepsnorm. Die verplichtingen betreffen niet alleen de identificatie van de cliënten en van de uiteindelijke begunstigden, overeenkomstig de door de FATF en Richtlijn 2005/60/EG vooropgestelde terminologie, het nieuwe stelsel van de derde zaakaanbrenger en de, desgevallend vereenvoudigde of verscherpte, waakzaamheidsplicht, maar ook de verplichting tot interne organisatie. Die laatste omvat onder meer dat in grote structuren een antiwitwasverantwoordelijke moet worden aangesteld. De nieuwe Wet van 11 januari 1993 verscherpt, door heel wat aspecten, ook de verplichtingen en actiemiddelen van het Instituut op het gebied van de melding en de regelgeving, maar meer nog haar opdracht als ambtelijk toezichthouder op de naleving van de wettelijke verplichtingen door de accountants en belastingconsulenten. Daarop komen we weldra terug.

Het lag voornamelijk in onze bedoeling om u in kennis te stellen van de publicatie van de Wet van 18 januari 2010, namelijk in het Belgisch Staatsblad van 26 januari 2010. Toch willen wij u niet onthouden dat artikel 26 van voornoemde wet het principe invoert van een uitzondering op de meldingsplicht bij de CFI van feiten waarvan u weet of vermoedt dat ze verband houden met het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met name wanneer u in de uitoefening van uw beroep advies verstrekt. Hoewel kortelings praktische toelichting zal worden verstrekt over de draagwijdte en de begrenzing van deze nieuwe uitzondering, kunnen we nu al mededelen dat de meldingsplicht behouden blijft indien u zelf deelneemt aan de witwasactiviteiten of de activiteiten voor financiering van terrorisme, juridisch advies geeft voor dergelijke doeleinden of weet dat uw cliënt juridisch advies wenst voor dergelijke doeleinden.

Op de tijdelijke overgangsbepalingen na, inzonderheid betreffende de identificatie van de uiteindelijke begunstigden, is de Wet van 18 januari 2010 in werking getreden op 5 februari 2010. Bijgevolg is het interessant om weten dat er op de website van de CFI nu al een gecoördineerde versie van de Wet van 11 januari 1993 beschikbaar is. Tevens wordt een artikelgewijs overzicht en bespreking van de aangebrachte wijzigingen verstrekt, waarbij aan de volledige tekst van de gewijzigde artikels, desgevallend, aanvullende relevante commentaar, wordt toegevoegd.

Thema's: Beroep > Het Instituut;Beroep > Deontologie
Kernwoord(en):