Belangrijkste wijzigingen in het deskundigenonderzoek na de Wet van 30 december 2009

12/03/2010 - Luc CEULEMANS, Accountant en belastingconsulent, Raadslid IAB

Samenvatting

De Wet van 15 mei 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffende het deskundigenonderzoek en tot herstel van artikel 509quater van het Strafwetboek heeft aanleiding gegeven tot veel moeilijkheden qua praktische toepassing. Zonder aan de uitgangspunten van deze wijziging in 2007 te raken, werd de wettekst nu op diverse punten aangepast. De voornaamste wijzigingen zijn de volgende.

De noties subsidiariteit en een actieve rechter blijven behouden en worden verder uitgewerkt.  Partijen kunnen voortaan in consensus een deskundige voorstellen. De meeste beslissingen genomen in de loop van de procedure zijn niet meer vatbaar voor hoger beroep of verzet. 

Er zijn grondige wijzigingen in verband met de installatievergadering, waarvan de voornaamste als volgt kunnen worden samengevat. Er is alleen een installatievergadering wanneer de partijen erom verzoeken. De installatievergadering gebeurt niet noodzakelijk in raadkamer, maar kan ook “ter plaatse”. De deskundige dient aanwezig te zijn, tenzij de rechter anders oordeelt. 

Verder is er geen automatische inwerkingtreding van het deskundigenonderzoek meer en zijn er enkele procedurele verbeteringen in de relatie tussen de deskundige en de partijen. Partijen dienen acht dagen op voorhand hun bundels over te maken. Een uitbreiding van de opdracht is mogelijk indien alle partijen erom verzoeken. Als er laattijdig belangrijke opmerkingen worden geformuleerd, kan de deskundige de rechter verzoeken er toch op te antwoorden. Als het eindverslag klaar is, dienen de stukken niet meer ter griffie te worden neergelegd, maar moeten ze aan de partijen worden teruggegeven. 

Voortaan is er een veel ruimere mogelijkheid om de deskundige tijdens de zitting te horen en/of om mondeling verslag uit te brengen, met meer garantie voor tegenspraak (neerlegging stukken, oproeping partijen, enz.). 

De belangrijke wijzigingen qua consignatie van de voorschotten kunnen als volgt worden samengevat. Een bepaling inzake btw is opgenomen. Indien er moeilijkheden zouden komen – de wet dient niet meer te worden gewijzigd – kan er een koninklijk besluit worden genomen. De meest gerede partij mag de verplichting tot consignatie overnemen als de door de rechter aangeduide partij zijn verplichting tot consignatie niet nakomt. Er is een uitbreiding van de strafbepalingen wanneer de consignatie niet wordt nagekomen. De deskundige mag zijn opdracht opschorten of uitstellen als er niet geconsigneerd werd.

Ten slotte betreffen de wijzigingen de begroting van de kosten. Het feit dat de oude criteria opnieuw worden ingevoerd (moeilijkheidsgraad, hoedanigheid van de deskundige en waarde van het geschil) en dat partijen nu over 30 dagen beschikken om mee te delen dat zij het niet eens zijn met het ereloon en de kosten van de deskundige. Er is ook een verplichte schriftelijke vastlegging van de verzoening door de deskundige.

 

 Lees hier het volledige artikel

 

Thema's: Beroep > Opdrachten
Kernwoord(en):