Aanslag geheime commissielonen: eindelijk positief nieuws!

12/07/2012 - Jos De Blay, Nederlandstalig secretaris-penningmeester IAB

In de media kon u op 11 juli de hoopvolle berichten lezen dat de minister van Financiën, Steven Van Ackere, een versoepeling aankondigt voor de fel gecontesteerde “aanslag geheime commissielonen

De fiscale aftrekbaarheid van bepaalde kosten zou immers vanaf 1 juli 2012 afhangen van het feit of de fiches en een samenvattende opgave correct, volledig en binnen de uiterlijke indieningstermijn zijn opgesteld en ingediend. Bij het niet correct, volledig en tijdig vervullen van deze “ficheplicht” zou onverbiddelijk artikel 219 WIB 1992 worden toegepast en de bijzondere aanslag van 309 % gevestigd.

De voorbije weken en maanden hadden zowel de economische beroepen als de ondernemers en hun vertegenwoordigers hun ongerustheid geuit tegenover deze door velen als draconisch aangevoelde maatregel.

In De Tijd van 11 juli kon u de verklaring lezen van de minister van Financiën: “Het lijkt me redelijk dat rekening wordt gehouden met de goede trouw van de belastingplichtige, die iets uit het oog kan hebben verloren of een fout kan hebben gemaakt. Wanneer de onvolledige of niet-vermelding (op de fiche) van het voordeel uitzonderlijk is, de fout gering is in bedrag en er een spontane rechtzetting komt, dan is er geen aanleiding om een bijkomende aanslag van 309 % te vestigen.”

De minister kondigde bij monde van staatssecretaris Hendrik Bogaert aan dat hij in een omzendbrief duidelijk zal maken dat moet worden uitgegaan van de goede trouw van de belastingplichtigen. Dit blijkt uit een antwoord dat de staatssecretaris in naam van de minister op 10 juli gaf op een vraag van een Kamerlid. Er wordt tegelijk op gewezen dat de regering hiermee het signaal wil geven dat ondernemers niet worden gezien als fraudeurs of criminelen, maar dat zij integendeel worden gewaardeerd omdat zij de economie doen draaien en banen creëren.

Na maanden ongerustheid zijn wij verheugd vast te stellen dat men rekening wil houden met de dringende vraag, zowel vanwege het IAB als vanuit onze beroepen en uit ondernemerskringen.

Andere fiscale knelpunten blijven voorlopig onopgelost

De budgettaire toestand heeft de nieuwe federale regering ertoe genoopt om een aantal belastingverhogingen door te voeren. Naast deze belastingverhogingen, werden ook een aantal technisch-juridische maatregelen genomen in de strijd tegen de fiscale fraude en voor de correcte toepassing van de wet. Op zich genomen is daar niets mis mee.

Ingevolge deze belastingverhogingen en fiscale maatregelen worden de zelfstandige ondernemers en de economische beroepsbeoefenaars, waaronder de accountants en de belastingconsulenten, echter in dat nieuwe fiscale kader geconfronteerd met een aantal fiscale knelpunten die wij onder de aandacht willen brengen.

Zo hebben heel wat belastingplichtigen geschokt gereageerd toen ze plots in de laatste weken van 2011 hun aandelen aan toonder dienden om te zetten in aandelen op naam, “op straffe” van het betalen van een taks op de omzetting van aandelen aan toonder. Evenwel goed, die hectische dagen zijn dan weer voorbij.

Maar ook de nieuwe regeling inzake het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een bedrijfswagen en de aanslepende onzekerheid omtrent de juiste toepassing daarvan, zorgt voor onrust in de kringen van de ondernemingen. Het is te hopen dat ze opbrengen wat men ervan verwacht.

Tijdens het weekend van einde juni 2012 verscheen een studie waaruit blijkt dat de nieuwe fiscale bepalingen en de onzekerheid omtrent de juiste interpretatie daarvan onrust zaait in bedrijfskringen.

In deze onzekere tijden heeft het land immers nood aan een stabiel fiscaal kader, met respect voor de algemene rechtsbeginselen, zoals het vertrouwensbeginsel en de niet-retroactiviteit. 

Het IAB is ervan overtuigd dat dergelijke ingrijpende nieuwe fiscale regels best eerst overlegd zouden worden met vertegenwoordigers van de ondernemers en van de economische beroepsbeoefenaars, of op zijn minst in uitgesteld relais worden ingevoerd, zodat de belastingplichtigen, hun adviseurs en de fiscale administratie zelf kunnen leren hoe deze nieuwe regels geïnterpreteerd en correct toegepast moeten worden.

In dit verband trekken wij in het bijzonder aandacht voor de volgende specifieke problematieken:

1. NOOD AAN VOLDOENDE OMKADERING NIEUWE ANTIMISBRUIKBEPALING (ART. 344,§ 1 WIB 1992)

De aankondiging van de regering dat de bestaande antimisbruikbepaling zou worden vervangen of opgewaardeerd, heeft bij vele zelfstandige ondernemers voor onzekerheid gezorgd. De staatssecretaris voor fraudebestrijding heeft daarop aangegeven dat hij de nieuwe antimisbruikbepaling wil omkaderen. Een lovenswaardig initiatief. De rechtsleer heeft immers intussen aangegeven dat de nieuwe bepaling niet uitmunt in duidelijkheid.

De administratie heeft recent een circulaire uitgeschreven die toelichting geeft bij de nieuwe antimisbruikbepaling (Ci.RH.81/616.207). Deze circulaire geeft spijtig genoeg niet de duidelijkheid waar veel belastingplichtigen en de economische beroepen op zitten te wachten. Wij geven toe, de economische werkelijkheid is complex en niet alle gevallen kunnen met een circulaire worden opgelost, in het kader van de nieuwe antimisbruikbepaling. Maar ongetwijfeld zou een document waarin een aantal courante gevallen worden getoetst aan de antimisbruikbepaling veel onrust kunnen wegnemen. Daarom zou het nuttig zijn dat de minister van Financiën op dat punt zijn diensten opdracht geeft om een dergelijk document uit te werken.

2. GEGEVENSBANK CATALOGUSPRIJS BEDRIJFSWAGEN

Vanaf 1 januari 2012 wordt het voordeel niet langer berekend op basis van de CO2-uitstoot en het aantal privé-kilometers, maar wel op basis van de CO2-uitstoot en de cataloguswaarde van de wagen. En dit zowel voor nieuwe wagens en leasingwagens, als voor tweedehandswagens.

Intussen worden de economische beroepen en de ondernemers geconfronteerd met de moeilijkheid dat het vooral voor oudere wagens niet eenvoudig is om de cataloguswaarde van die voertuigen te achterhalen, in het bijzonder voor tweedehands aangekochte voertuigen.

Om de correcte toepassing van de wet mogelijk te maken hoopt het IAB dat de minister van Financiën de beloofde databank met de cataloguswaarde van alle in België verkochte wagens er spoedig komt. Ook al teneinde nutteloze betwistingen met de fiscale administratie achteraf te vermijden. Beter voorkomen dan genezen.

3. NIEUWE REGELING INZAKE AFTREK VAN BTW OP BEDRIJFSWAGENS

In de loop van 2011 werd plots de regeling met betrekking tot de aftrek van de btw op bedrijfswagens gewijzigd. In de oude regeling was de btw op personenwagens in vennootschappen altijd voor 50 % aftrekbaar en werd er ook btw geheven op het voordeel van alle aard dat de gratis gebruiker van de bedrijfswagen genoot. In de nieuwe regeling is er nu sprake van een beperking van de aftrek tot de btw die betrekking had op het beroepsgedeelte. De btw op het voordeel van alle aard vervalt dan.

Hierdoor werden bedrijven nu verplicht om op een of andere wijze een kilometerregistratie bij te gaan houden. De nieuwe regeling betekende in de meeste gevallen ook een verhoging van de niet-aftrekbare btw. Anderzijds vervalt de btw, aan te rekenen op het voordeel van alle aard.

Voor ondernemingen met meerdere bedrijfswagens, die worden ingezet voor diverse functies, betekent deze nieuwe regeling een zware administratieve last, die moeilijk uitvoerbaar is. Een forfaitaire berekening van het privégebruik, in voorkomend geval in overleg met de plaatselijke controle, lijkt ons in dit geval een oplossing te bieden die het opzet van de nieuwe maatregel niet zal ondergraven.

Ondernemingen hebben belang bij een stabiel en rechtszeker wettelijk kader, dat niet leidt tot onnuttige overlast of overbelasting, zodat zij zich kunnen focussen op de essentie van hun maatschappelijke opdracht, met name ondernemen, werk en winst creëren. Het doet ons genoegen een verklaring in die trend te horen van de minister van Financiën. Dit leidt dan tot een kader waarin de economische beroepsbeoefenaars hun taken en adviezen correct kunnen uitvoeren en waarbinnen een win-winsituatie ontstaat voor alle betrokkenen, de ondernemers, hun adviseurs, de gehele samenleving en last but not least de overheid zelf.

Nu nog even wachten op de concrete inhoud van de omzendbrief over de bijzondere aanslag. Een hoopvol begin van de vakantieperiode?

Thema's: Beroep > Het Instituut;Fiscaliteit > Vennootschapsbelasting (VenB)
Kernwoord(en):