De btw en de 35 %-methode: wanneer de aanhouder wint

24/09/2013 - Pierre-François Coppens - Studiedienst

In februari 2013 schreef het IAB een brief naar de toenmalige minister van Financiën Steven Vanackere, waarin het de technische moeilijkheden ter sprake bracht, die heel wat accountants en belastingconsulenten ondervinden in verband met de nieuwe regels betreffende de btw-aftrek op goederen die deels privématig gebruikt worden.

In het kader van de inwerkingtreding van de nieuwe regels heeft de administratie drie methoden te kennen gebracht (addendum E.T. 119.650/3 van 11 december 2012 en beslissing BTW nr. E.T. 119.650 van 20 oktober 2011) voor de berekening van de btw op goederen met gemengd gebruik (auto’s, maar ook ieder ander goed zoals gebouwen).

De derde methode – een vereenvoudigde berekeningsmethode – is uitsluitend van toepassing op de ondernemingen die over minimaal vier auto’s beschikken.

Het feit dat de 35 %-methode niet van toepassing is op de ondernemingen met minder dan vier voertuigen, bracht veel problemen met zich mee.

En dat terwijl net deze ondernemingen het grootste deel van de cliënten van de fiduciaires vormen.

De accountants en belastingconsulenten zagen zich dan ook genoodzaakt alleen methoden één en twee van het addendum aan te wenden, waardoor ze bij hun cliënten per wagen en per jaar gegevens dienden op te vragen. Met vele saaie werkuren tot gevolg.

Daarom stelden we in onze brief voor om de 35 %-methode zonder discriminatie uit te breiden naar alle ondernemingen. Bovendien werd dit punt tijdens verschillende gesprekken met de minister en ter gelegenheid van studiedagen aangekaart door de heren Benoît Vanderstichelen en Bart Van Coile.

Het is dus met heel veel voldoening dat we vernemen dat de minister naar de voorstellen van het IAB heeft geluisterd.

In het tweede addendum op de beslissing van 9 september 2013 (beslissing BTW nr. E.T. 119.650/4) heeft de administratie de minimumdrempel van vier voertuigen voor de toepassing van de derde methode namelijk geschrapt.

Volgens het addendum geldt de schrapping overigens ook voor de belastingplichtigen die dat forfait reeds wensen aan te wenden voor het jaar 2012.

Hieruit onthouden we enerzijds dat de aanhouder soms wint en anderzijds dat onze huidige minister van Financiën naar ons luistert wanneer onze argumenten relevant zijn en wanneer ze betrekking hebben op de praktische problemen van een fiscale maatregel.

Deze beslissing is dan ook een concreet voorbeeld van de ‘duurzame Tax-cificatie’.

Thema's: Beroep > Het Instituut;Fiscaliteit > Belasting toegevoegde waarde (Btw)
Kernwoord(en):