Commerciële communicatie: geen algeheel verbod, maar inhoud en modaliteiten moeten kaderen binnen de deontologische regels 

Sinds de invoering van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt is het verbod op reclame niet meer van toepassing op de accountants en de belastingconsulenten.

Deze richtlijn heeft tot doel een concurrerende en vrije markt tot stand te brengen voor diensten die worden aangeboden door de erkende beroepsbeoefenaars.

Met deze richtlijn vervalt het algehele verbod op één of meer vormen van commerciële communicatie van de erkende beroepsbeoefenaars.

Volgens de richtlijn moet elke reglementering betreffende de commerciële communicatie van de erkende beroepsbeoefenaars gerechtvaardigd worden om een dwingende reden van algemeen belang en evenredig zijn.

Het is voor een accountant en/of een belastingconsulent dus niet meer verboden om een vorm van commerciële communicatie te gebruiken met als doel zijn imago of diensten te promoten.

Commerciële communicatie omvat onder andere reclame, klantenwerving of direct marketing, dienstenaanbod enz.

Wat de inhoud en de wijze van de commerciële communicatie betreft, dient de accountant en/of belastingconsulent evenwel de deontologische regels na te leven.

Zo mag onder andere de onafhankelijkheid van de accountant en/of belastingconsulent, tijdens het uitvoeren van zijn opdrachten, niet in het gedrang komen als gevolg van de commerciële communicatie (bijv. kosteloos verstrekken van advies, cadeaubonnen aanbieden aan cliënten die een nieuwe cliënt aanbrengen).

De commerciële communicatie mag geen schade toebrengen aan het imago van het beroep of van een deel van de beroepsbeoefenaars. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in een arrest van 4 mei 2017 geoordeeld dat het intensieve gebruik van reclame of de keuze voor agressieve promotieberichten afbreuk kan doen aan de waardigheid van een gereglementeerd beroep.

Bovendien moeten zowel het beroepsgeheim als de beroepsdiscretieplicht nageleefd worden.

Het lid van het Instituut ziet er voorts op toe dat het de regelgeving met betrekking tot de marktpraktijken en consumentenbescherming betreffende beoefenaars van een vrij beroep (Boek XIV Wetboek van Economisch Recht) naleeft. Onder andere misleidende en denigrerende reclame zijn dus verboden.

Zie voor meer detail: Commerciële communicatie en deontologie