Welke gevolgen heeft het beroepsgeheim ten aanzien van de fiscale administratie? 

1) Geen uitzondering op het beroepsgeheim

De fiscale administratie beschikt over verstrekkende controlebevoegdheden.[1] Sommige van deze bevoegdheden kunnen betrekking hebben op een derde en kunnen bijgevolg rechtstreeks worden uitgeoefend ten aanzien van de accountant of de belastingconsulent van de belastingplichtige.[2]

Deze controlebevoegdheden brengen evenwel geen enkele uitzondering op het beroepsgeheim met zich mee. Daaruit vloeit voort dat het beroepsgeheim een hindernis vormt voor de kennisname door de fiscale administratie van documenten die onder het beroepsgeheim vallen.

2) Enkele bijzonderheden van het beroepsgeheim ten aanzien van de fiscale administratie

Het beroepsgeheim is ook van toepassing wanneer de accountant of de belastingconsulent de cliënt vertegenwoordigt in zijn relaties met de fiscale administratie. Het is immers zo dat deze vertegenwoordiging van de belastingplichtige deel uitmaakt van de opdracht die hem door de wet in het algemeen belang wordt toevertrouwd.[3]

3) De accountant of de belastingconsulent als belastingplichtige

De beroepsbeoefenaar kan zich niet verschuilen achter zijn beroepsgeheim om te ontsnappen aan de fiscale controle.[4] Wel moet hij de overgemaakte documenten krachtens zijn beroepsgeheim anoniem maken zodat zijn cliënten niet geïdentificeerd kunnen worden.[5]

4) De regeling van betwistingen met betrekking tot het beroepsgeheim

Op het vlak van inkomstenbelastingen, wanneer de accountant of de belastingconsulent het beroepsgeheim inroept, is de administratie, wanneer ze niet wil zwichten, ertoe gehouden om krachtens artikel 334 van het WIB, de betwisting voor het IAB aanhangig te maken.

In zijn beslissing moet het IAB oordelen of, en in welke mate, het verzoek van de administratie verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim.

De beslissing van het IAB bindt zowel de fiscale administratie als de accountant of de belastingconsulent.[6]

Wanneer het IAB het beroepsgeheim bevestigt, moet de administratie inbinden en zich tevreden stellen met de elementen die ze tot haar beschikking heeft. Wanneer het IAB van oordeel is dat de elementen niet onder het beroepsgeheim vallen, kan de accountant of de belastingconsulent niet meer weigeren om de documenten of de informatie die door de belastingadministratie gevraagd is over te maken.[7]

Op het vlak van de btw bestaat er geen enkele wettelijke verplichting voor de administratie om de kwestie van het beroepsgeheim door het IAB te laten beslechten.

Bijgevolg, wanneer er naar aanleiding van een btw-controle over het beroepsgeheim een betwisting blijft bestaan tussen de administratie en de accountant of de belastingconsulent, is het de taak van de rechter om hierover een beslissing te nemen.

--------------------------------------------------------

[1] Artikelen 315 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen; artikel 60 en volgende van het Wetboek btw. 
[2] Artikelen 322 en volgende van het WIB, alsook 61, § 1 en 62, § 1 van het Wetboek btw. 
[3] Artikel 38, 3 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (in de toekomst, artikelen 3, 11° en 6, 3° van de wet van 28 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur). 
[4] Cass. 17 juni 1969, Pas. I, 1969, 960; Brussel, 1 juni 2011, Cour. Fisc. 2011/13, p. 405. 
[5] Bergen, 1 april 2016, Cour. Fisc. 2016/11, 659; Brussel, 24 mei 2012, FJF 2014, p. 21; Gent 15 juni 2010, TFR 2010, p. 905. 
[6] Cass. 19 oktober 2012, F.11.0063.N; Brussel, 4 oktober 2012, RGCF 2013, 111.; Brussel, 1 juni 2011, Cour. Fisc. 2011/13, p. 405. 
[7] Com. Adm. art. 334 WIB, 334/8.