Welke elementen vallen onder het beroepsgeheim? 

Het beroepsgeheim heeft betrekking op feiten die van nature geheim zijn of die uitdrukkelijk of stilzwijgend toevertrouwd worden aan de accountant of aan de belastingconsulent.[1] De vertrouwelijke of geheime informatie kan door een derde partij anders dan de cliënt ontvangen zijn.[2]

Niet elk stuk dat zich in het kantoor van de accountant of van de belastingconsulent bevindt bevat noodzakelijkerwijs vertrouwelijke elementen.[3] De brieven die gericht worden aan derden of die van derden ontvangen worden (bijvoorbeeld de fiscale administratie) als mandataris van de cliënt vallen niet onder het beroepsgeheim.[4] De dagboeken en rekeningen van de cliënt, evenals de bewijsstukken van boekingen vallen niet onder het beroepsgeheim. Het is immers zo dat de cliënt er krachtens de boekhoudwet toe gehouden is deze te bewaren.[5] Hetzelfde geldt voor de belastingaangiftes van de cliënt.

Het is belangrijk hier aan te geven dat, zelfs al zouden er elementen zijn die niet onder het beroepsgeheim vallen, de accountant of de belastingconsulent een contractuele fout zou begaan[6] mocht hij deze meedelen aan derden zonder daartoe het akkoord van de cliënt of de geldige instructie van een autoriteit te hebben ontvangen. De interne nota's of communicaties die opgesteld zijn door de accountant of de belastingconsulent met het oog op het uitvoeren van zijn opdracht hebben een vertrouwelijk karakter.

De briefwisseling van de cliënt valt onder het beroepsgeheim wanneer deze vertrouwelijke informatie bevat.[7]

De bescherming van het beroepsgeheim is niet enkel gericht op de stukken die zich in het kantoor van de accountant of van de belastingconsulent bevinden, maar ook meer algemeen beschouwd op elk stuk dat onder het beroepsgeheim valt en dat zich buiten dit kantoor bevindt, bijvoorbeeld bij de cliënt.[8]

 

--------------------------------------------------------

[1] Cass. 30 oktober 1978, Pas. 1979, I, p. 248.
[2] Cass. 22 februari 2011, P.10.1386.N.
[3] Concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, Cass. 2 november 2011, P.10.1692.F.
[4] Cass. 12 december 1985, Pas. 1986, I, p. 462; Brussel (KI) 25 juni 2001, J.T. 2001, 735.
[5] Art. III.82 en volgende van het Wetboek van economisch recht; L. HUYBRECHTS, "Beroepsgeheim in de sfeer van de onderneming", T. Strafr. 2004, p. 105, n° 73; L. HUYBRECHTS, "Gebruik en misbruik van het beroepsgeheim, inzonderheid door revisoren, accountants en advocaten", RDC 1995, 668.
[6] Zie ook de Europese Verordening nr. 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens.
[7] Brussel (KI) 25 juni 2001, J.T. 2001, 735.
[8] Concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, Cass. 2 november 2011, P.10.1692.F; F. LUGENTZ, "Les perquisitions en matière économique et financière", Strafr. ond. 2009/3, p. 227; T. Afschrift, "Le secret professionnel de l'expert-comptable à l'égard de l'administration fiscale", in Liber Amicorum R. Krockaert. L'expertise comptable en pleine évolution, IAB, 1998, p. 30, nr. 24; Comm. Brussel, 28 december 2007, R.W. 2008-09, 204.