AWW en lijst met derde equivalente landen: welke praktische draagwijdte?

19/08/2013 - Roger Lassaux - Directieadviseur

Het koninklijk besluit van 19 juli 2013 (BS 25 juli 2013) legt de lijst van derde equivalente landen vast. Deze landen zijn (in alfabetische volgorde):

- Australië
- Brazilië
- Canada
- Hongkong
- India
- Japan
- Mexico
- Singapore
- Verenigde Staten
- Zuid-Afrika
- Zuid-Korea
- Zwitserland

Wat is het belang van de opname van een land in deze lijst?

Wat de uit artikelen 10 en 11 van de wet van 11 januari 1993 voortvloeiende verplichtingen betreft, is het in het kader van uw activiteiten als externe accountant en/of belastingconsulent belangrijk voor:

De derde zaakaanbrenger

Een beroep doen op een derde zaakaanbrenger voor het verplichte cliëntenonderzoek (art. 10, § 1).

Om te weten wie als derde zaakaanbrenger zou kunnen tussenkomen, verleende de wet van 11 januari 1993 dat recht aan de in artikel 2 van de richtlijn opgesomde instellingen en personen of gelijkwaardige die in een derde land gevestigde instellingen en personen als derde zaakaanbrenger optreden, voor zover zij onderworpen zijn aan een verplichte professionele registratie, erkend bij wet, en het derde land eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die vervat in richtlijn 2005/60/EG.

Artikel 10, § 1, alinea 3 van de preventieve witwaswet van 11 januari 1993 zet het beginsel van de erkenning van de in artikel 15 van de richtlijn bedoelde gelijkwaardigheid van de door de derde zaakaanbrenger gebruikte documentatie om. Dit artikel maakt het inderdaad mogelijk de resultaten van de toepassing van de cliëntenonderzoeksmaatregelen te erkennen en te aanvaarden, ook al verschillen de documenten en de gegevens waarop die maatregelen betrekking hebben van diegene die vereist zijn in de lidstaat waarnaar de cliënt wordt doorverwezen, in zoverre de derde zaakaanbrengers kredietinstellingen, financiële instellingen, bedrijfsrevisoren, accountants, belastingconsulenten, notarissen, en/of beoefenaars van andere onafhankelijke juridische beroepen (zoals advocaten) zijn die in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) zijn gevestigd en die worden geviseerd door artikel 2, lid 1, punten 1), 2) en 3), a) tot c), van richtlijn 2005/60/EG. Hetzelfde geldt als die personen of instellingen gevestigd zijn in een derde land waarvan de wetgeving gelijkwaardige eisen stelt aan die vervat in richtlijn 2005/60/EG.

Een Canadese confrater kan vandaag dus optreden als een derde zaakaanbrenger en kan identificatiegegevens van een cliënt op wettelijk aanvaarde wijze meedelen.

Vereenvoudigd cliëntenonderzoek (art. 11, § 1, 1°)

Tot nu toe genoten alleen de landen van de Europese Unie en van de Europese Economische Ruimte (IJsland, Liechtenstein, Noorwegen) van een vrijstelling omdat hun wetgeving dezelfde gelijkwaardige verplichtingen en controles oplegt, zoals deze vervat in richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Vanaf de publicatie van deze lijst kan de identificatie van een cliënt – bijvoorbeeld een Zwitserse beursgenoteerde vennootschap – nu onder dezelfde vereenvoudigde voorwaarden worden uitgevoerd als deze van een in België of bijvoorbeeld Noorwegen gedomicilieerde vennootschap. Voor deze landen wordt namelijk verondersteld dat zij over een wetgeving beschikken die equivalent is aan deze van een land dat deel uitmaakt van de EER.

Let wel  

Vereenvoudigd cliëntenonderzoek. De Europese publieke autoriteiten en instellingen kunnen eveneens geïdentificeerd worden volgens de regels van het vereenvoudigd cliëntenonderzoek (bijvoordbeeld het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Rekenkamer, of het Europees Economisch en Sociaal Comité).

Verhoogde waakzaamheid. Het feit dat een land op de lijst van derde equivalente landen voorkomt, doet geen afbreuk aan de verplichting om verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen te treffen overeenkomstig artikel 12 van voornoemde wet in alle situaties die omwille van hun aard een hoger risico op witwassen of terrorismefinanciering kunnen inhouden.

Evolutie. Naar analogie met de lijst van de niet-meewerkende landen en gebieden, zal deze lijst van derde equivalente landen regelmatig geüpdatet worden op basis van:

- informatie die beschikbaar is op internationaal niveau;
- informaties uit de wederzijdse evaluatieverslagen van nationale stelsels ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, goedgekeurd door de Financiële Actiegroep (FAG), door de regionale organen van het FAG-type, door het International Monetair Fonds (IMF) of door de Wereldbank;
- het niveau van internationale samenwerking in de strijd tegen corruptie en fiscale fraude;
- bijkomende informatie die door de betreffende landen wordt verstrekt.

Thema's: Beroep > Deontologie
Kernwoord(en):