Strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme: een compacte update met heel wat relevante documenten!

15/05/2012 -

De eerste maanden van 2012 werd u, voor zover dit nodig was, duidelijk gemaakt hoe nuttig het is om continu opmerkzaam te zijn voor de evoluties die het Belgisch antiwitwasapparaat thans (en in de toekomst) doormaakt. We tonen het aan met deze omstandige, actuele en prospectieve kijk op de bepalingen van de Wet van 11 januari 1993 en de omgeving ervan.

  • Actuele en toekomstige modaliteiten van de verplichtingen

We weten dat de Wet van 18 januari 2010 niet alleen de wetsartikelen volledig heeft hernummerd, maar ook het wettelijk kader van de verplichtingen waaraan de accountants en belastingconsulenten zich moeten houden ingrijpend heeft gewijzigd. De meest recente wijzigingen, door de Programmawet van 29 maart 2012 (B.S. van 6 april 2012) aangebracht aan de beperking van de contante betalingen, zijn een nadere beschouwing waard, ook al betreffen ze slechts twee artikelen van de Wet van 11 januari 1993. We hebben er op onze website al een eerste analyse van gemaakt.

In een niet zo verre toekomst zullen we ook rekening moeten houden met de wijzigingen aangebracht door de nieuwe aanbevelingen van de FAG die eind februari 2012 werden goedgekeurd, ook al zullen ze pas in werking treden zodra ze opgenomen zijn in de 4e AML-richtlijn (hoogstwaarschijnlijk in 2015) die dwingend in het Belgisch recht moet omgezet worden. Om u ervan te overtuigen, herinneren we eraan dat deze wijzigingen bovenaan op het programma stonden van de rondetafelconferentie “Joining Forces to Better Fight Money Laundering” die op woensdag 18 april door de FEE werd georganiseerd. Inmiddels is er op de website van de CFI een omstandige commentaar op deze nieuwigheden beschikbaar.

  • Documenten, tools…

Zoals u weet werden de toepassingsmodaliteiten van het nieuwe hoofdstuk 2 van de AWW “Klantenonderzoek ten aanzien van de cliënten en de uiteindelijke begunstigden, ten aanzien van de verrichtingen en de zakelijke relaties, en interne organisatie van de ondernemingen en personen als bedoeld in de artikelen 2, § 1, 3 en 4”, zoals vereist door de AWW, toegelicht door het reglement met juridische waarde van een norm. Vervolgens werden, onder de vorm van een omzendbrief, richtlijnen uitgevaardigd met het oog op de toepassing van de onderdelen van de norm die betrekking hebben op het door de externe accountant en de externe belastingconsulent uitgevoerde klantenonderzoek en op het risicoprofiel tijdens de cliëntenidentificatie, evenals op de bewaring van gegevens en documenten en op de organisatie van de accountants en/of belastingconsulentenkantoren. Deze twee documenten die op 1 oktober in werking zijn getreden, zullen kortelings worden “aangevuld” met een handleiding “Interne procedures”, die binnenkort wordt gepubliceerd.

Naast de documenten die uitgaan van het Instituut zelf, kunnen we ook niet voorbijgaan aan de grote klassieker, met name het Activiteitenverslag van de CFI, want de editie 2012 bevat heel wat informatie en beschouwingen. Na een stand van zaken in het voorwoord, ondertekend door de voorzitter van de Cel, bevat dit document immers tal van significante statistische en kwalitatieve analysen. Wat de cijfers betreft, leren we eruit dat de Cel 7,1 % meer meldingen van vermoedens heeft ontvangen en dat de nieuwe dossiers met 5,2 % zijn toegenomen. De cijfers van de onderliggende misdrijven die aan de basis liggen van de vermoedelijk witgewassen fondsen bevestigen de trends die de afgelopen jaren reeds werden vastgesteld. De bedragen betreffende ernstige financiële misdrijven die verband houden met economische activiteiten eisen het leeuwendeel op. In orde van belang zijn dit: misbruik van vennootschapsgoederen, illegale handel in goederen en koopwaren, ernstige en georganiseerde fiscale fraude, en misdrijven in verband met de staat van faillissement.

Deze misdrijven alleen al komen overeen met 62,74 % van de 671,09 miljoen EUR die de CFI in 2011 opspoorde in dossiers die aan de gerechtelijke overheden werden doorgemeld. Hoofdstuk III “Trends op vlak van witwassen en financiering van terrorisme” dat bepaalde specifieke misdrijven, onder meer de ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procedés van internationale omvang worden aangewend, behandelt, is analytischer. Dit hoofdstuk geeft talrijke toelichtende indicatoren en schema’s.

We kunnen moeilijk voorbijgaan aan het recent verslag van de Europese Commissie, waarin wordt geanalyseerd hoe de verschillende elementen van het van kracht zijnde kader worden toegepast, en de wijzigingen worden onderzocht die eraan zouden moeten worden aangebracht, wat weer denkpisten voor de toekomst opent.

 

  • Evaluatie van het Belgisch stelsel en efficiëntie van het toezicht door het IAB op de naleving van de verplichtingen van de AWW door de accountants en de belastingconsulenten

We hebben er al meermaals de aandacht op gevestigd dat artikel 38 AWW het Instituut oplegt om de effectieve naleving door de externe accountants en belastingconsulenten van de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 7 tot 20, 23 tot 30 en 33 van de AWW te controleren. In de praktijk zal deze controle worden opgenomen in de “kwaliteitstoetsing” van de accountants- en belastingconsulentenkantoren die tegen begin 2015 volledig operationeel zou moeten zijn. Maar het is niet zo dat, in de tussentijd, de zaken blauwblauw zullen worden gelaten. In het huidige stadium van de reflectie van de Raad over de wijze van uitvoering van deze controle, werden de volgende krachtlijnen in aanmerking genomen, wetende dat deze controle doeltreffend moet zijn en kan leiden tot de toepassing van administratieve sancties. Met dat doel voor ogen zal, in een beveiligde rubriek van onze website, zodat de vertrouwelijkheid wordt gegarandeerd, in 2012 een vragenlijst met gesloten vragen (antwoord bijvoorbeeld: ja/neen) worden opgesteld en online geplaatst. Artikel 30 van het Reglement vereist van de externe accountants en externe belastingconsulenten dat ze binnen de gestelde termijnen en in de overeengekomen vorm antwoorden op elk verzoek om informatie van de controle- of toezichthoudende overheid of tuchtoverheid (het Instituut) of van zijn afgevaardigden en op elk verzoek tot organisatie van een controle ter plaatse in het accountants- en belastingconsulentenkantoor.

Op basis van de antwoorden die online werden verkregen en door de externe accountant/belastingconsulent werden gevalideerd, zal een analyse worden uitgevoerd en zullen algemene statistieken worden opgesteld, die eventueel ook tekortkomingen of bijzondere problemen aan het licht kunnen brengen. Zo kunnen voorstellen tot verbetering worden geformuleerd, waarvan de daadwerkelijke toepassing kan worden opgevolgd. Indien de accountant/belastingconsulent niet reageert nadat in de loop van een bepaalde periode verschillende herinneringen werden gestuurd, kan ten kantore worden gecontroleerd. Komt er geen passende reactie, dan kan het dossier worden overgemaakt aan de Raad, en indien de Raad dat beslist, vervolgens aan de Tuchtcommissie. Volgens artikel 40 van de Wet van 11 januari 1993 kan het IAB, onverminderd de bij andere wetten of reglementen bepaalde maatregelen, in geval van niet-naleving van de wet door de leden de beslissingen en maatregelen die zij neemt, openbaar maken en/of een administratieve geldboete opleggen (250 tot 1 250 000 EUR) ten bate van de Schatkist en de CFI inlichten over de definitieve sancties.

Als we bij deze “controle” de documenten en tools voegen waarover u momenteel kunt beschikken en die trouwens weldra zullen worden samengebracht in een nieuwe afdeling van de website die een snelle en gebruiksvriendelijke toegang tot de regelmatig geüpdatete informatie garandeert, staat het vast dat het beroep het nodige doet om tegemoet te komen aan de door de CFI vermelde problemen. De voorzitter van de CFI stelt immers in het voorwoord van het laatste jaarverslag uitdrukkelijk: “De problematische toepassing van de wet door de niet-financiële sector, en het feit dat deze sector vergeleken met het grote aantal beoefenaars slechts een beperkt aantal of zelfs helemaal geen meldingen aan CFI verricht, roept vragen op. Hoewel het aantal meldingen ontoereikend is, moet wel worden opgemerkt dat de meldingen van het soms uiterst beperkte aantal melders uit deze categorieën kwalitatief hoogstaand zijn: 158 op 1.423 notarissen, 39 op 9.322 beoefenaars van boekhoudkundige en fiscale beroepen, 13 op 8.855 vastgoedmakelaars, 9 op 1.561 bedrijfsrevisoren, 3 op 550 gerechtsdeurwaarders, 3 op 1.800 handelaren in diamant, 1 advocaat op 16.344. (...) In ieder geval moet dit probleem in overleg met instanties uit de sector bekeken worden met het oog op de volgende evaluatie van de doeltreffendheid van het nationale antiwitwasstelsel door de FAG. Deze procedure zal in de loop van 2013 worden opgestart.”

Om te garanderen dat de informatie to the point en geüpdatet is, zullen we, zodra er behoefte aan is, niet aarzelen om terug te komen en dieper in te gaan op de uitvoeringsmodaliteiten van deze “controle” en op de initiatieven die zullen worden genomen, onder meer naar aanleiding van de voorbereiding van de komende evaluatie door de FAG. Ter herinnering: de laatste evaluatie van 17 tot 28 januari 2005 gebeurde op basis van de 40 aanbevelingen, herzien in 2003, en de 9 bijzondere aanbevelingen van 2001 inzake de financiering van terrorisme opgesteld door de FAG. Van de volgende evaluatie, voorzien begin 2015 en gericht op operationele kwesties, is nu al geweten dat “de 4e evaluatie meer dan de 3e evaluatie, de nadruk zal leggen op de mate van efficiëntie van het stelsel inzake de bestrijding van het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en de proliferatie van massavernietigingswapens (LBC/FT). De verschillende betrokken Belgische partijen zullen dus niet alleen de “formele conformiteit” van het wettelijk en regelgevend kader van hun actie dienaangaande moeten aantonen, maar ook aantonen dat hun actie hun in staat stelt om daadwerkelijk deze doelstellingen te bereiken”.

Thema's: Beroep > Deontologie
Kernwoord(en):